Slaap is de vaak vergeten pijler van veel vitaliteitsprogramma's. Voeding, beweging en stress krijgen een budget, een workshop en een campagne; slaap krijgt hooguit een tip in de nieuwsbrief. Terwijl slecht slapen aantoonbaar samenhangt met minder functioneren overdag en verlies aan productiviteit, en veel effectieve maatregelen relatief eenvoudig en goedkoop zijn. Voor je verder leest: ik verkoop geen matras, app of supplement. Wat ik hieronder aanraad, kun je als organisatie grotendeels zelf regelen.
Organisaties voeren campagne tegen roken en om mensen meer te laten bewegen. Maar waar blijft de aandacht voor slaap? Een systematisch overzicht van werkplekprogramma's constateert vrij droog dat die zich traditioneel vooral richten op gewicht en beweging, terwijl slaap pas sinds kort structureel wordt meegenomen. In dit artikel zet ik op een rij wat slecht slapen een organisatie kost, wat je als werkgever wél kunt doen en waar geld wordt uitgegeven aan oplossingen waarvan het bewijs veel minder sterk is.
Waarom slaap in je vitaliteitsprogramma hoort
Een op de acht medewerkers
Chronische insomnie, moeite met slapen gedurende minstens drie nachten per week en minstens drie maanden, mét gevolgen overdag, komt voor bij ongeveer 12,4 procent van de volwassenen. Reken dat eens om naar je personeelsbestand: op honderd medewerkers zijn dat er gemiddeld zo'n twaalf.
En dan gaat het alleen nog om mensen die voldoen aan de criteria voor de stoornis. In een groot Amerikaans onderzoek onder 7.428 werkenden voldeed 23,2 procent aan een bredere definitie van insomnie. Daar komen medewerkers bij die structureel te kort slapen zonder insomniastoornis, en mensen die door nacht- of ploegendiensten regelmatig op ongunstige biologische tijden moeten slapen en werken.
De schade zit vooral in aanwezig zijn, niet in afwezig zijn
Slecht slapen zie je lang niet altijd terug in het verzuimcijfer. In een groot Amerikaans onderzoek hing slapeloosheid niet significant samen met verzuim, maar wel sterk met presenteïsme: gewoon op je werk zijn, maar minder goed functioneren. Omgerekend kwam dat neer op 11,3 verloren werkdagen aan productiviteit per medewerker met slapeloosheid per jaar. Na correctie voor 26 andere aandoeningen bleven daar nog 7,8 dagen van over, met destijds een geschatte waarde van 2.280 dollar per persoon per jaar.
Het gaat daarbij niet om 7,8 dagen waarop iemand thuisblijft. Het zijn "lost-workday equivalents": het productiviteitsverlies tijdens dagen waarop iemand juist wél aan het werk is.
Ook op grotere schaal tikt dat aan. RAND vergeleek vijf landen en concludeerde dat onvoldoende slaap samenhangt met een hoger sterfterisico en met productiviteitsverlies dat uiteindelijk doorwerkt in de economie. Wie als werkgever alleen naar het ziekteverzuim kijkt, mist dus een belangrijk deel van het probleem.
Waarom slaap toch vaak wordt overgeslagen
Slaap is geen sexy boodschap. Ik kom steeds weer terug op dezelfde saaie basis en heb geen supplement, wearable of matras te verkopen. De industrie die verdient aan apps, trackers en allerlei middelen die beloven je slaap te optimaliseren lijkt daardoor soms aantrekkelijker om naar te luisteren, maar daar zit vaak niet de echte verandering.
De werkplek is een belangrijke plek om iets aan slaap te doen. In een systematisch overzicht van twintig werkplekinterventies bij voornamelijk ploegendienstmedewerkers leidde 55 procent tot een toename van de totale slaapduur. Andere reviews vinden eveneens aanwijzingen dat voorlichting, aanpassing van werktijden, licht, rustmogelijkheden en andere werkplekinterventies slaap kunnen verbeteren.
Het bewijs is nog niet sterk: studies zijn vaak klein, verschillen sterk van elkaar en gebruiken regelmatig zelfrapportage. Maar de conclusie dat slaap op de werkvloer serieuze aandacht verdient, is daarmee niet minder relevant.
Wat een werkgever wél kan doen
Voorlichting die klopt
De meest gebruikte slaapinterventie op de werkvloer is voorlichting, en dat is op zichzelf logisch, mits de inhoud klopt. Een systematisch overzicht van zestig werkplekstudies vond dat voorlichting over slaap, slaaphygiëne en vermoeidheid vaak samengaat met verbetering van zelfgerapporteerde slaap en slaperigheid. Maar de auteurs waren ook duidelijk: de kwaliteit van het bewijs is beperkt. Veel studies zijn klein, niet gerandomiseerd en leunen sterk op zelfrapportage.
Nieuwere onderzoeken veranderen dat beeld niet wezenlijk. Slaapeducatie kan helpen, maar we weten nog steeds onvoldoende welke vorm het beste werkt. En bij chronische insomnie is voorlichting alleen nadrukkelijk geen volwaardige behandeling: een meta-analyse uit 2025 laat zien dat voorlichting over slaaphygiëne minder effectief is dan CGT-I.
Daarom is vooral de inhoud van belang. Veel populaire slaapvoorlichting herhaalt dezelfde boodschappen: acht uur als norm, de hele nacht doorslapen als ideaal en minder dan zeven uur als automatisch ongezond. Dat noem ik slaapgeloof. Voor sommige mensen maakt al dat moeten rond slaap de nacht juist moeilijker.
Zeven uur is geen biologische ondergrens die voor ieder individu geldt. Slaapbehoefte verschilt van persoon tot persoon. Ook wakker worden gedurende de nacht is normaal; een slaapefficiëntie van ongeveer 80 procent of hoger wordt in onderzoek nog regelmatig als normaal beschouwd.
En juist de angst om niet goed genoeg te slapen verdient aandacht. In een Amerikaanse enquête uit 2024 zei 55 procent van Gen Z, van 18 tot 27 jaar, dat ze vaak of altijd slaap verloren doordat ze zich zorgen maakten over slaapproblemen; 73 procent zei dat dit minstens soms gebeurde.
Goede voorlichting maakt van slaap daarom geen prestatie. Ze helpt mensen onderscheid te maken tussen normale variatie en een echte slaapstoornis, haalt onnodige regels weg en vertelt wanneer behandeling wél zinvol is. De onderbouwing daarvoor staat uitgebreider in hoeveel uur slaap heb je echt nodig en wakker liggen is normaal.
Meten voordat je iets verandert
Voordat je een programma koopt, wil je weten of slaap bij jullie speelt en waar. Deel daarvoor geen slaaptrackers uit; die meten het verkeerde, daarover zo meer. De slaapscan voor organisaties geeft een overzicht: hoe jullie mensen slapen, waar de knelpunten zitten en waar je begint.
Roosters en licht
Werkt een deel van je mensen in ploegen, dan is het rooster je krachtigste instrument. Twintig tot dertig procent van de mensen in nacht- en wisseldienst heeft last van slapeloosheid of overmatige slaperigheid, de kenmerken van een ploegendienststoornis, en wie daaraan voldoet heeft vaker ongelukken door slaperigheid, meer verzuim en vaker depressieve klachten. Wat een medewerker zelf kan doen na een nacht werken, staat in nachtdienst en slaap; wat de organisatie regelt in roosters, licht en beleid is de kern van de workshop Shift Of Sleep.
Ook op kantoor is licht een organisatievraag. Een internationale expertgroep adviseert overdag minstens 250 lux melanopic EDI op ooghoogte. Die melanopische waarde is iets anders dan de gewone luxwaarde op je bureau: een kantoor dat netjes voldoet aan 500 lux op het werkvlak kan op ooghoogte nog steeds relatief weinig biologisch effectief licht bieden. Buitenlicht is, ook op een bewolkte dag, meestal vele malen sterker dan het licht binnen.
Hoe verder iemand van het raam zit, hoe minder daglicht er doorgaans overblijft. Zet werkplekken daarom waar mogelijk bij het raam en maak buiten pauzeren normaal.
Bij nachtdiensten ligt het ingewikkelder. Fel licht kan de alertheid tijdens de nacht verbeteren en de biologische klok verschuiven. Dat kan bij een reeks nachtdiensten nuttig zijn, maar bij wisselende roosters of wanneer iemand snel terug moet naar een dagritme juist onhandig uitpakken. Laat je daarom niet zomaar een "blauwlichtoplossing" verkopen: bij licht voor nachtwerk draait het niet alleen om hoeveel licht je geeft, maar vooral om wanneer je het geeft. Meer hierover in hoeveel licht heb je nodig om goed te slapen.
Cultuur rond bereikbaarheid
Wat mensen 's avonds op hun telefoon doen, telt zwaarder dan het licht van het scherm. Werkmail is activatie: het brein gaat aan, en dat is precies wat je voor het slapen niet wilt. Onderzoekers noemen de drang om snel op werkberichten te reageren telepressure. In hun studie hing die drang samen met burn-outklachten, verzuim en slechtere slaapkwaliteit, los van de werkdruk zelf. Dit regel je niet met een blauwlichtfilter, maar met een afspraak: wanneer verwachten we antwoord en wanneer niet, en de leiding houdt zich er zelf aan.
Behandeling van chronische slapeloosheid
Een eenmalig programma lost chronische slapeloosheid niet op, en een leidinggevende is geen therapeut. Wat wel werkt, is bekend: de Europese richtlijn zet cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I) op één, en 70 tot 80 procent van de mensen die de behandeling afmaakt verbetert. De kern is slaaprestrictie, korter in bed liggen met een vaste opstaantijd; dat geeft meer aaneengesloten slaap en minder lang onrustig wakker liggen.
Het werkt ook online en ook op de werkvloer. In een gerandomiseerde studie bij een Fortune 500-bedrijf kregen 270 slechte slapers online CGT-I of kwamen ze op een wachtlijst. De slaap verbeterde sterk en ook het presenteïsme nam significant af: mensen functioneerden beter tijdens de uren dat ze aan het werk waren. Nieuwere studies bevestigen dat digitale CGT-I de werkproductiviteit kan verbeteren, al wordt dat effect niet in iedere studie even duidelijk teruggevonden.
Zorg daarom dat de route kort is: via bedrijfsarts of huisarts naar CGT-I wanneer er sprake is van chronische insomnie. Niet automatisch naar een slaappil. Slaapmedicatie kan op korte termijn klachten dempen, maar pakt de mechanismen die chronische slapeloosheid in stand houden niet aan. Dat doet CGT-I wel. Welke aanpak wat oplevert, staat in welke aanpak bij slapeloosheid werkt echt.
Waar het geld weglekt
Slaaptrackers als cadeau
De smartwatch of ring in het kerstpakket: sympathiek bedoeld, maar voor slaap niet per se goed besteed. Een consumententracker meet beweging, hartslag en andere lichaamssignalen en schat daaruit hoe je hebt geslapen. Zo'n schatting is iets anders dan slaap rechtstreeks meten met hersenactiviteit.
En zo'n score kan ook iets dóén met degene die hem ziet. Onderzoek laat zien dat hoe mensen denken dat ze hebben geslapen sterk samenhangt met hoe ze zich de volgende dag voelen. Bij sommige mensen ontstaat zelfs een preoccupatie met het behalen van perfecte slaapcijfers. Slaaponderzoekers noemen dat orthosomnie.
Voor iemand met slapeloosheid kan een simpel slaapdagboek soms zinvoller zijn, juist omdat het niet iedere ochtend een algoritmisch oordeel over de nacht geeft. Waarom, lees je in kloppen de slaapscores van je smartwatch.
Ook bij andere slaapgadgets geldt: kijk eerst naar het bewijs. Voor slaaprobots is dat tot nu toe weinig overtuigend; in een kleine gerandomiseerde studie bij mensen met insomnie verbeterden de klachten niet duidelijk meer dan in de controlegroep. Voor verzwaringsdekens zijn er wel aanwijzingen voor subjectieve verbetering bij mensen met psychiatrische klachten, maar ook daar is het bewijs nog beperkt. Meer daarover in welke slaapgadgets werken echt.
Supplementen en melatonine in het pakket
Magnesium, valeriaan, L-theanine of een potje "slaapsupport" in de goodiebag: voor veel van deze middelen is het bewijs beperkt, inconsistent of gebaseerd op kleine studies. Sommige supplementen laten kleine verbeteringen zien, maar voor de meeste ontbreekt overtuigend bewijs voor een klinisch relevant effect bij slapeloosheid. Dat iets logisch klinkt betekent nog niet dat het klinisch bewezen is.
Melatonine hoort wat mij betreft al helemaal niet thuis als algemeen welzijnsproduct voor personeel. Bij volwassenen met chronische insomnie verbetert het gemiddeld de inslaaptijd, totale slaapduur en slaapefficiëntie niet overtuigend. Bovendien is melatonine een hormoon met een duidelijke invloed op het circadiane systeem. Timing en indicatie doen ertoe; zomaar uitdelen alsof het een onschuldig slaapvitaminetje is, is dus geen goed idee.
De details staan in welke slaapsupplementen werken echt en helpt melatonine echt.
Sleepmaxxing en de 5 a.m. club
Trends als sleepmaxxing en de 5 a.m. club klinken vitaal, maar zijn dat lang niet altijd. Wie avondmens is en om vijf uur opstaat omdat de teamleider het doet, berooft zichzelf van slaap. En hoe meer regels, gadgets en routines rond slaap, hoe meer mensen wakker kunnen gaan liggen van het wakker liggen. Vraag een goede slaper wat hij doet en hij zegt: ik ga liggen en ik ben weg. Angst verkoopt, nuance niet. Laat je programma bij de nuance blijven.
Apps zonder bewijs
Een app die alleen je slaap meet, is geen behandeling. Een app die een volwaardig programma voor cognitieve gedragstherapie bij insomnie aanbiedt, kan dat wel zijn. Digitale CGT-I komt qua effect behoorlijk dicht in de buurt van behandeling door een therapeut, en onderzoek laat zien dat een belangrijk deel van de verbetering ook na een jaar behouden blijft.
Vraag een aanbieder daarom twee dingen: is het programma echt gebaseerd op CGT-I, inclusief onderdelen als slaaprestrictie, stimuluscontrole en het aanpakken van gedachten over slaap? En is precies dit programma onderzocht in een gerandomiseerde studie?
Twee keer nee? Dan betaal je voor iets waarvan je eigenlijk niet weet of het werkt.
De volgende stap voor je organisatie
Begin met meten: de slaapscan voor organisaties laat zien of slaap bij jullie speelt. Wil je het onderwerp op de agenda zetten, dan is een lezing of workshop meestal de eerste stap: State Of Sleep over hoe slaap werkt, Shift Of Sleep over slaap, roosters en vitaliteit op de werkvloer, of Secret Of Sleep over wat de oermens ons over slaap leert. Alles voor HR, arbo en vitaliteit staat bij elkaar op voor organisaties.
Veelgestelde vragen
Waarom hoort slaap in een vitaliteitsprogramma?
Omdat slecht slapen precies raakt wat een organisatie draaiende houdt: concentratie, fouten, stemming en herstel. Ongeveer een op de acht volwassenen heeft chronische slapeloosheid, en de schade zit vooral in presenteïsme. In een Amerikaans onderzoek onder 7.428 werkenden kostte slapeloosheid netto 7,8 werkdagen per medewerker per jaar aan verminderde prestaties, terwijl het verzuim nauwelijks verschilde. Een programma dat alleen over voeding en beweging gaat, laat die winst liggen.
Wat kan een werkgever doen aan de slaap van medewerkers?
Vijf dingen die geen gadgets vragen. Voorlichting die klopt: wat normaal is, hoeveel de behoefte per persoon verschilt en dat wakker liggen normaal is. Meten met de slaapscan voor organisaties. Roosters en daglicht op de werkplek. Afspraken over bereikbaarheid buiten werktijd, waar de leiding zich zelf aan houdt. En een korte route naar de bedrijfsarts of huisarts en cognitieve gedragstherapie bij slapeloosheid. Individuele behandeling hoort niet bij de werkgever.
Zijn slaaptrackers een goed cadeau voor medewerkers?
Nee, niet als je ermee wilt bijdragen aan betere slaap. Een tracker meet beweging, hartslag en soms andere lichaamssignalen en schat daaruit hoe iemand heeft geslapen. Voor globale trends kan dat bruikbaar zijn, maar de afwijkingen ten opzichte van polysomnografie zijn nog aanzienlijk, zeker voor wakker liggen, slaapefficiëntie en slaapstadia. Een samengestelde slaapscore is bovendien een algoritmisch getal waarvan vaak niet duidelijk is hoe het precies tot stand komt. Bij mensen met slapeloosheid is extra voorzichtigheid verstandig: de overeenkomst tussen wearables en subjectieve slaap is juist in deze groep slechter, en bij een deel van de gebruikers kan een sterke preoccupatie met slaapcijfers ontstaan, orthosomnie. Wil je slaap binnen een organisatie in kaart brengen, gebruik dan liever een geanonimiseerde teamscan met gevalideerde vragen of laat medewerkers twee weken een slaapdagboek bijhouden. Dat kost weinig en sluit beter aan bij hoe insomnie daadwerkelijk wordt beoordeeld.
Helpen magnesium of melatonine in een welzijnspakket?
Niet overtuigend. Voor magnesium is het bewijs beperkt en inconsistent, en bij chronische insomnie is geen overtuigend klinisch relevant effect aangetoond. Ook melatonine verbetert bij volwassenen met chronische insomnie gemiddeld de inslaaptijd, totale slaapduur en slaapefficiëntie niet significant. Melatonine is bovendien geen algemeen slaapmiddel, maar een hormoon dat de biologische klok een tijdsignaal geeft. Juist daarom zijn indicatie en timing belangrijk. Het kan zinvol zijn bij bijvoorbeeld een verschoven slaap-waakritme of jetlag, maar hoort wat mij betreft niet als standaard slaapsupplement in een goodiebag.
Wat doe je als een medewerker chronisch slecht slaapt?
Verwijs naar de bedrijfsarts of huisarts en vraag naar cognitieve gedragstherapie voor insomnie, CGT-I. CGT-I is volgens de Europese richtlijn de eerstekeusbehandeling voor chronische insomnie. Ongeveer 70 tot 80 procent van de mensen die de behandeling afmaakt, verbetert. Dat kan ook via een goed online programma; in een gerandomiseerde studie op de werkvloer nam daarmee ook het presenteïsme af. Slaapmedicatie heeft vaak flinke bijwerkingen en verandert niet de gedachten en gewoonten die chronische slapeloosheid in stand houden. Daarom is het geen alternatief voor CGT-I als structurele behandeling.
Bronnen
- Kessler RC, Berglund PA, Coulouvrat C, et al. Insomnia and the performance of US workers: results from the America Insomnia Survey. Sleep. 2011;34(9):1161-1171. 7.428 werkenden; breed gedefinieerde slapeloosheid bij 23,2 procent; samenhang met presenteïsme (11,3 verloren werkdagen per jaar, 7,8 na correctie voor 26 andere aandoeningen, 2.280 dollar per persoon), niet met verzuim.
- Hafner M, Stepanek M, Taylor J, Troxel WM, Van Stolk C. Why sleep matters: the economic costs of insufficient sleep. A cross-country comparative analysis. Rand Health Quarterly. 2017;6(4):11. Vergelijking van vijf landen; te kort slapen hangt samen met een hogere sterfte en met productiviteitsverlies dat doorwerkt in de economie.
- Robbins R, Jackson CL, Underwood P, Vieira D, Jean-Louis G, Buxton OM. Employee sleep and workplace health promotion: a systematic review. American Journal of Health Promotion. 2019;33(7):1009-1019. Twintig studies; werkplekprogramma's richten zich meestal op gewicht en beweging; in de helft van de studies nam de slaapduur toe.
- Robbins R, Underwood P, Jackson CL, Jean-Louis G, Madhavaram S, Kuriakose S, Vieira D, Buxton OM. A systematic review of workplace-based employee health interventions and their impact on sleep duration among shift workers. Workplace Health & Safety. 2021;69(11):525-539. doi 10.1177/21650799211020961. Twintig werkplekinterventies bij voornamelijk ploegendienstmedewerkers; in 55 procent nam de totale slaapduur over 24 uur toe.
- Redeker NS, Caruso CC, Hashmi SD, Mullington JM, Grandner M, Morgenthaler TI. Workplace interventions to promote sleep health and an alert, healthy workforce. Journal of Clinical Sleep Medicine. 2019;15(4):649-657. Zestig studies; voorlichting over slaaphygiëne en vermoeidheid is de meest gebruikte interventie; verbeteringen in zelfgerapporteerde slaap, met zwak bewijs.
- Bostock S, Luik AI, Espie CA. Sleep and productivity benefits of digital cognitive behavioral therapy for insomnia: a randomized controlled trial conducted in the workplace environment. Journal of Occupational and Environmental Medicine. 2016;58(7):683-689. 270 slechte slapers bij een Fortune 500-bedrijf; groot effect op slaap (d = 1,10) en middelgroot effect op presenteïsme (d = 0,64); verzuim niet significant.
- Barber LK, Santuzzi AM. Please respond ASAP: workplace telepressure and employee recovery. Journal of Occupational Health Psychology. 2015;20(2):172-189. Telepressure voorspelde burn-outklachten, verzuim en slaapkwaliteit, los van algemene werkdruk en ICT-eisen.
- Drake CL, Roehrs T, Richardson G, Walsh JK, Roth T. Shift work sleep disorder: prevalence and consequences beyond that of symptomatic day workers. Sleep. 2004;27(8):1453-1462. Representatieve steekproef van 2.570 werkenden; ploegendienststoornis bij ongeveer 10 procent van de nacht- en wisseldienstwerkers; vaker ongelukken door slaperigheid, verzuim en depressie.
- Brown TM, Brainard GC, Cajochen C, et al. Recommendations for daytime, evening, and nighttime indoor light exposure to best support physiology, sleep, and wakefulness in healthy adults. PLoS Biology. 2022;20(3):e3001571.
- American Academy of Sleep Medicine. Sleep prioritization survey 2024: Losing sleep over sleep. Van Gen Z (18 tot 27 jaar) verloor 55 procent vaak of altijd slaap door zorgen over slaapproblemen, 73 procent minstens soms.
- Gavriloff D, Sheaves B, Juss A, Espie CA, Miller CB, Kyle SD. Sham sleep feedback delivered via actigraphy biases daytime symptom reports in people with insomnia: implications for insomnia disorder and wearable devices. J Sleep Res. 2018;27(6):e12726.
- Baron KG, Abbott S, Jao N, Manalo N, Mullen R. Orthosomnia: are some patients taking the quantified self too far? J Clin Sleep Med. 2017;13(2):351-354.
- Chan V, Lo K. Efficacy of dietary supplements on improving sleep quality: a systematic review and meta-analysis. Postgraduate Medical Journal. 2022;98(1158):285-293.
- Choi K, Lee YJ, Park S, Je NK, Suh HS. Efficacy of melatonin for chronic insomnia: systematic reviews and meta-analyses. Sleep Medicine Reviews. 2022;66:101692. 24 gerandomiseerde studies; bij volwassenen geen significant effect op inslaaptijd, slaapduur en slaapefficiëntie.
- Morin CM. Cognitive-behavioral approaches to the treatment of insomnia. Journal of Clinical Psychiatry. 2004;65(Suppl 16):33-40. CGT-I effectief bij 70 tot 80 procent van de mensen met slapeloosheid.
- Riemann D, Espie CA, Altena E, et al. The European Insomnia Guideline: an update on the diagnosis and treatment of insomnia 2023. Journal of Sleep Research. 2023;32(6):e14035. CGT-I als eerste keuze, in persoon of digitaal; medicatie pas als dat onvoldoende werkt, kortdurend.
- van Straten A, van der Zweerde T, Kleiboer A, Cuijpers P, Morin CM, Lancee J. Cognitive and behavioral therapies in the treatment of insomnia: a meta-analysis. Sleep Medicine Reviews. 2018;38:3-16. 87 gerandomiseerde studies; groot effect op de ernst van slapeloosheid.
- Zachariae R, Lyby MS, Ritterband LM, O'Toole MS. Efficacy of internet-delivered cognitive-behavioral therapy for insomnia: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Sleep Medicine Reviews. 2016;30:1-10. Effecten vergelijkbaar met CGT-I met een therapeut, behouden bij follow-up tot 48 weken.
- van Straten A, Weinreich KJ, Fábián B, et al. The prevalence of insomnia disorder in the general population: a meta-analysis. Journal of Sleep Research. 2025;34(5):e70089. 47 bevolkingsstudies; 12,4 procent van de volwassenen voldoet aan de criteria voor een insomniastoornis.
- Van de Laar M. LinkedIn, september tot december 2025: slaapzorgen zetten aan tot het kopen van trackers en supplementen; sleepmaxxing en slaapperfectionisme; slaapgeloof rond de 7-tot-9-uurrichtlijn; melatonine hoort op voorschrift.
- Van de Laar M. Podcast over slaap verbeteren (tweeluik), 2026: bijna alles wat slaap maakt is goedkoop; waar blijft de campagne voor slaap; werkmail als activatie; blauwlichtinstallaties in de nachtdienst; een slaapdagboek in plaats van een tracker.
- Van de Laar M. Slapen als een oermens, hoofdstuk over de toekomst van slaap: slaaptrackers en slaapscores, orthosomnie, de 5 a.m. club en avondtypes.
- Hittle BM, Hils J, Fendinger SL, Wong IS. A scoping review of sleep education and training for nurses. International Journal of Nursing Studies. 2023;142:104468. doi 10.1016/j.ijnurstu.2023.104468.
- Ruan JY, Liu Q, Chung KF, Ho KY, Yeung WF. Effects of sleep hygiene education for insomnia: a systematic review and meta-analysis. Sleep Medicine Reviews. 2025;82:102109. doi 10.1016/j.smrv.2025.102109.
Gecontroleerd door Merijn op 26 september 2026. Hoe artikelen tot stand komen en worden gecontroleerd staat in het redactiestatuut. Dit artikel geeft algemene informatie en leefstijladviezen en vervangt geen medisch advies. Heb je langere tijd last van slecht slapen of vermoed je een slaapstoornis? Bespreek het met je huisarts.
Lees ook
- Slaapritme en biologieEen werkgever kan veel regelen rond nachtdiensten: nachtwerk beperken waar dat kan, voorwaarts roteren in korte reeksen, rust- of slaappauzes plannen, licht goed timen, voorlichting geven en meten waar medewerkers tegenaan lopen. Wie nachtdiensten roostert, beslist mee over de slaap van zijn mensen. Ik zet op een rij wat nachtwerk met de biologische klok en de gezondheid doet, wat de wet in grote lijnen regelt en wat een organisatie zelf kan doen.
Weet je niet welke vraag de jouwe is? Begin bij de slaaphulp
