Eerst begrijpen wat je behandelt
Voor je gedrag verandert, moet je begrijpen wat het slaapsysteem doet en vooral ook wat normale menselijke slaap is.
Je begint daarom bij de fysiologie, maar SOS plaatst die meteen in een breder kader. Menselijke slaap is flexibel, verschilt sterk tussen personen en hoeft niet acht uur lang, ononderbroken en iedere nacht hetzelfde te verlopen.
Aan bod komen:
- Slaapfysiologie: slaapdruk, biologische klok, de opbouw van de nacht en waarom slapen en wakker zijn elkaar voortdurend afwisselen.
- Het evolutionaire perspectief: waarom nachtelijke waak niet automatisch betekent dat het slaapsysteem defect is en hoe moderne omstandigheden kunnen botsen met een systeem dat gevoelig is voor waakzaamheid.
- Het slaapdagboek: slaapduur, tijd in bed en slaapefficiëntie leren lezen en berekenen, met 80 procent als klinische richtwaarde en niet als doel op zichzelf.
- Normale variatie: waarom acht uur geen universele norm is, waarom slaap van nacht tot nacht varieert en waarom wakker worden onderdeel kan zijn van normale slaap.
- Wakker liggen versus onrustig wakker liggen: niet alleen vragen hoeveel iemand wakker is, maar ook wat er tijdens dat wakker zijn gebeurt.
- Rode vlaggen en differentiaaldiagnostiek: onder meer slaapapneu, rusteloze benen, narcolepsie, circadiane problematiek en slapeloosheid bij psychiatrische comorbiditeit.
- Wanneer eerst verder uitvragen: voordat je slapeloosheid behandelt, moet duidelijk zijn welk probleem je eigenlijk voor je hebt.