De slaaptest kijkt welk van deze vijf patronen nu het beste bij je past. Geen diagnose, wel een richting: bij elk patroon hoort een andere eerste stap.
De slaapinkorter
Je kunt waarschijnlijk prima slapen, je geeft jezelf er alleen niet altijd genoeg tijd voor. Uit je antwoorden blijkt dat je slaap vooral in de knel komt doordat er simpelweg te weinig tijd overblijft: werk, gezin, sport, series of je telefoon maken de nacht steeds iets korter. Te weinig tijd nemen is iets anders dan niet kunnen slapen. Misschien val je juist gemakkelijk in slaap zodra je eenmaal ligt.
Eerste stap. Maak een paar avonden per week bewust ongeveer een kwartier meer ruimte voor slaap en kijk wat dat met je doet.
De waakzame slaper
Je wílt slapen, maar juist op het moment dat je wilt slapen wordt je systeem extra wakker. Je geeft jezelf waarschijnlijk genoeg gelegenheid, maar slapen lukt niet altijd wanneer jij vindt dat het zou moeten. Je hoofd gaat malen, je kijkt hoe laat het is, je rekent uit hoeveel uur je nog hebt. En hoe harder je je best doet, hoe lastiger het wordt, want slapen is geen prestatie die je kunt afdwingen.
Eerste stap. Geef jezelf de komende week wat meer toestemming om soms wakker te liggen, zonder meteen in de oplossingsstand te schieten.
De nachtuil
Misschien slaap je niet slecht, misschien wil je biologische klok gewoon wat later. Je natuurlijke slaaptiming ligt waarschijnlijk relatief laat: je wordt 's avonds pas laat echt slaperig en 's ochtends gaat de wekker terwijl je lichaam nog graag doorslaapt. Kenmerkend is dat slapen vaak gemakkelijker gaat als je zelf mag bepalen wanneer je naar bed gaat en opstaat. Een avondmens zijn is op zichzelf geen slaapstoornis.
Eerste stap. Kies een haalbare opstaantijd en probeer die de komende week redelijk stabiel te houden.
De wisselende slaper
Je slaap is niet per se vroeg of laat, de timing wisselt alleen behoorlijk. De ene dag ga je vroeg naar bed, de andere laat. Door wisselende diensten of andere wisselende verplichtingen rondom werk, door vrije dagen, afspraken of reizen verandert je ritme regelmatig. Een beetje variatie is volkomen normaal, maar grote en frequente verschuivingen maken het voor je biologische klok lastig om te voorspellen wanneer de dag begint en de nacht eraan komt.
Eerste stap. Bekijk het verschil tussen je vroegste en laatste opstaantijd in een gewone week en probeer dat verschil wat kleiner te maken.
De geprikkelde slaper
Je slaap lijkt gevoelig voor wat er vóór en tijdens de nacht gebeurt. Omstandigheden rondom het slapen hebben bij jou relatief veel invloed: licht, geluid, temperatuur, cafeïne, laat nog intensief werken of sporten, of middelen als alcohol en nicotine. Dat betekent niet dat je elke avond in volledige stilte en duisternis hoeft door te brengen; slaap is behoorlijk robuust. Maar als bepaalde factoren regelmatig samenvallen met slechter slapen, loont het om ermee te experimenteren.
Eerste stap. Sta eerst stil bij wat jouw slaap mogelijk verstoort, zonder iets te veranderen. Verander daarna één beïnvloedbare factor gedurende een week en kijk of je daadwerkelijk verschil merkt.