Gratis webinar: Slaap met de kennis van nu. Meld je nu aan
Slaapritme en biologie / Leestijd 7 min

Nachtdienst in de zorg: wat de werkgever kan regelen

Een werkgever kan veel regelen rond nachtdiensten: nachtwerk beperken waar dat kan, voorwaarts roteren in korte reeksen, rust- of slaappauzes plannen, licht goed timen, voorlichting geven en meten waar medewerkers tegenaan lopen. Wie nachtdiensten roostert, beslist mee over de slaap van zijn mensen. Ik zet op een rij wat nachtwerk met de biologische klok en de gezondheid doet, wat de wet in grote lijnen regelt en wat een organisatie zelf kan doen.

Gepubliceerd 24 september 2026, laatst herzien 12 oktober 2026

Wie het rooster maakt, beslist mee over de slaap van zijn mensen. In Nederland werken bijna 1,3 miljoen mensen soms of regelmatig 's nachts. In nachtdienst en slaap schreef ik voor de medewerker: hoe je herstelt na een nacht werken. Dit artikel is voor de werkgever bij nachtdienst: HR, arbo, de teamleider en de roostermaker. Wat doet nachtdienst met je mensen, wat schrijft de wet voor, en wat kun je zelf regelen?

Wat nachtdienst met je mensen doet

De klok draait niet mee met het rooster

De biologische klok past zich maar beperkt aan een dienstrooster aan. Daglicht blijft een sterk signaal voor activiteit overdag, ook als iemand na een nachtdienst juist probeert te slapen. Mede daardoor is slaap overdag vaak korter en lichter dan slaap 's nachts. Na een nachtdienst slapen medewerkers gemiddeld één tot vier uur minder dan normaal.

Bij een deel van de nacht- en ploegendienstwerkers leidt die mismatch tot aanhoudende klachten van slapeloosheid en overmatige slaperigheid. Naar schatting heeft twintig tot dertig procent kenmerken van een ploegendienststoornis. Een ploegendienststoornis is dus niet simpelweg een kwestie van thuis "beter moeten slapen", maar een voorspelbaar gevolg van werken tegen het eigen biologische ritme in.

Hoe medewerkers daar zelf mee om kunnen gaan, staat in het medewerkersartikel. Dit artikel gaat over de andere kant van het verhaal: wat de organisatie kan doen om de belasting van nachtwerk te beperken.

Wat dat de organisatie kost

De Gezondheidsraad concludeerde in 2017 dat slaapproblemen anderhalf tot twee keer zo vaak voorkomen bij nachtwerkers als bij dagwerkers. Nachtwerk hangt bovendien samen met een hoger risico op diabetes type 2 en hart- en vaatziekten, en dat risico neemt toe naarmate iemand meer jaren 's nachts werkt. Een overzicht in de BMJ van 38 meta-analyses vindt dezelfde verbanden en voegt hieraan meer ongelukken toe. De gezondheids- en veiligheidsgevolgen van ploegendienst vertonen veel overeenkomsten met die van slaaptekort, al is slaaptekort waarschijnlijk niet de enige verklaring.

In een onderzoek van Drake en collega's hadden mensen met een ploegendienststoornis vaker verzuim, ongelukken door slaperigheid, depressieve klachten en maagzweren dan collega's in dezelfde diensten zonder die stoornis. Slaap is bij nachtwerk dus niet uitsluitend een privézaak. Het is ook een verzuim- en veiligheidsfactor.

Welke regels gelden er voor nachtdienst?

Wat de Gezondheidsraad en het RIVM adviseren

De Gezondheidsraad adviseert nachtwerk waar mogelijk te beperken. Het RIVM, dat het Kennisplatform Nachtwerk coördineert, is duidelijk over de rest: er is nog geen maatregel waarvan is aangetoond dat die de gezondheidsschade van nachtwerk voorkomt of vermindert. Wel lijkt een voorwaarts roterend rooster (ochtend, avond, nacht) gunstiger voor vermoeidheid en alertheid, en kan een korte powernap tijdens de nachtdienst helpen. Roosters, rotatierichting en powernaps zijn precies de omstandigheden waarop een organisatie invloed kan uitoefenen.

Wat kun je als organisatie regelen?

Het rooster: voorwaarts, kort en met echte hersteltijd

Het rooster is een van de belangrijkste knoppen waar een organisatie zelf aan kan draaien en daarvoor is geen slaapgadget nodig. Rooster waar mogelijk voorwaarts, van vroeg naar laat naar nacht. Die richting wordt over het algemeen beter verdragen dan achterwaarts roteren en lijkt gunstiger voor vermoeidheid en alertheid.

Houd ook de reeksen nachtdiensten kort. Een praktische vuistregel is maximaal twee of drie nachten achter elkaar, al bestaat er geen harde biologische grens waarbij drie nachten altijd beter zijn dan vier. Na één tot drie nachtdiensten heeft de biologische klok zich meestal nog niet volledig aan het nachtritme aangepast; bij langere reeksen kan die verschuiving verder oplopen. Daarna moet een medewerker weer terug naar een normaal dagritme.

Na drie of meer opeenvolgende nachtdiensten schrijft de Arbeidstijdenwet minimaal 46 uur rust voor. Zie dat als een ondergrens, niet automatisch als optimaal herstel. En onderschat vroege diensten niet: ook een zeer vroege start verkort de slaap. Zet die daarom liever niet meteen achter een reeks nachtdiensten.

Roosterkeuzes stapelen zich op over een loopbaan. Uit RIVM-onderzoek onder nachtwerkers in Noord-Nederland bleek dat meer dan een derde doorgaans nachtdiensten van langer dan acht uur werkte en dat 40 procent al twintig jaar of langer 's nachts werkte.

Licht en een plek om te dutten

Fel licht tijdens de nachtdienst kan helpen om medewerkers alerter te houden. Maar licht is tegelijk het sterkste signaal voor de biologische klok. Meer licht is dus niet automatisch beter: het tijdstip waarop je het aanbiedt bepaalt mede of je de klok verschuift of alleen tijdelijk de alertheid verhoogt. Zeker bij snel wisselende diensten wil je voorkomen dat medewerkers zich steeds verder aan een nachtritme aanpassen terwijl ze een paar dagen later alweer overdag goed moeten functioneren. Zet extra licht daarom gericht in en wees terughoudend met fel licht richting het einde van de nachtdienst.

Regel daarnaast een rustige plek waar iemand daadwerkelijk kan liggen. Onderzoek bij nachtwerkers, waaronder verpleegkundigen en artsen, laat zien dat een ingepland dutje tijdens de nachtdienst slaperigheid kan verminderen en de prestaties daarna kan verbeteren. Houd wel rekening met slaapinertie: direct na het wakker worden kan iemand tijdelijk juist minder scherp zijn. Een dutje hoort daarom eventueel in het rooster en in het vermoeidheidsbeleid.

Wie zet je op de nacht?

Niet iedereen verdraagt nachtdiensten even goed. Mensen met een later chronotype lijken gemiddeld beter tegen nacht- en ploegendienst te kunnen dan uitgesproken ochtendmensen. Ook leeftijd speelt een rol, al is het beeld minder eenvoudig: oudere werknemers lijken vooral bij nachtdiensten vaker slaapproblemen te hebben, maar het bewijs dat zij ploegendienst in het algemeen slechter verdragen is niet eenduidig.

Systematische reviews laten vooral zien hoe groot de individuele verschillen zijn. Chronotype en leeftijd spelen mee, maar ook flexibiliteit, thuissituatie, leefstijl en kenmerken van het rooster zelf. Gebruik zulke kenmerken daarom niet als hard selectie-instrument. Veel relevanter is het gesprek: wie kiest zelf graag voor nachtdiensten, blijft er redelijk goed op slapen en functioneren, en wie merkt juist dat het rooster steeds meer klachten geeft?

Meer over het verschil tussen types lees je in ochtendmens of avondmens.

Voorlichting die klopt, geen gadgets

Wat medewerkers zelf kunnen doen, staat in het medewerkersartikel: een donkere bril op weg naar huis als iemand niet zelf rijdt, een donkere en stille slaapkamer overdag en cafeïne alleen in de eerste helft van de nacht. Melatonine niet op eigen houtje na iedere nachtdienst gebruiken, maar alleen in overleg met een arts of apotheker. Die kennis kun je als organisatie aanbieden. Wat je beter niet doet: slaaptrackers uitdelen of supplementen vergoeden. Het bewijs daarvoor is dun, zoals ik uitleg in welke slaapgadgets werken echt en welke slaapsupplementen werken echt. Een tracker die elke ochtend een slechte score laat zien, maakt een nachtwerker wellicht eerder ongeruster dan uitgeruster.

Signalen die naar de bedrijfsarts horen

Voorlichting en een goed rooster lossen niet alles op. Aanhoudende slaapproblemen, steeds moeilijker herstellen tussen nachtdiensten, ongewild in slaap vallen tijdens het werk of achter het stuur, of klachten die duidelijk toenemen door het nachtwerk zijn signalen om de bedrijfsarts in te schakelen.

De teamleider hoeft geen diagnose te stellen. Die moet vooral herkennen dat iemand vastloopt, het gesprek aangaan en weten wanneer professionele beoordeling nodig is. Een werknemer kan bovendien ook zelf naar de bedrijfsarts, zonder eerst ziek te hoeven zijn of toestemming van de werkgever nodig te hebben.

Blijkt uit arbeidsgezondheidskundig onderzoek dat de gezondheidsklachten het gevolg zijn van het werken in nachtdiensten, dan heeft dat ook consequenties voor het werk: de werkgever moet, als dat mogelijk is, werk op andere tijdstippen aanbieden.

Meten voordat je beleid maakt

Wil je weten of slaap bij jullie speelt, meet het dan voordat je een programma inkoopt. De slaapscan voor organisaties brengt in kaart waar de knelpunten zitten. Dat levert de cijfers waarop een rooster- of voorlichtingsbesluit kan bouwen.

De volgende stap

Wie dit voor de eigen organisatie wil uitwerken, kan drie kanten op. De workshop Shift Of Sleep, die voortbouwt op de basis uit State Of Sleep, is een dag voor HR, arbo en leidinggevenden over wat nachtdienst met de klok doet, wat de organisatie regelt en wat bij de medewerker ligt. De slaapscan voor organisaties geeft weer hoe jullie mensen slapen. En op voor organisaties staat het hele aanbod bij elkaar, van keynote tot beleid.

Arbeidsrechtelijke regels kunnen wijzigen en per sector verschillen; raadpleeg voor de actuele regels Rijksoverheid of Arboportaal.

Probeer het zelf

Veelgestelde vragen

Kan een werkgever nachtdienst verplichten?

Dat volgt uit de arbeidsovereenkomst en de cao. De Arbeidstijdenwet regelt vooral hoeveel nachtdiensten er mogen zijn en welke rust erbij hoort, met extra bescherming voor sommige groepen, zoals zwangere medewerkers en jongeren. De actuele regels vind je bij Rijksoverheid en Arboportaal.

Tot welke leeftijd mag je nachtdienst draaien?

De wet kent geen leeftijd waarop nachtdienst stopt; afspraken voor oudere medewerkers staan, als ze er zijn, in de cao of het bedrijfsreglement. Biologisch speelt leeftijd wel mee: oudere werknemers lijken vooral bij nachtdiensten vaker slaapproblemen te hebben, al is het bewijs dat zij ploegendienst in het algemeen slechter verdragen niet eenduidig.

Hoeveel nachtdiensten achter elkaar kun je het beste werken?

De Arbeidstijdenwet stelt grenzen aan het aantal nachtdiensten en aan de rust daarna; de actuele getallen staan bij Rijksoverheid. Die getallen zijn wettelijke maxima en minima, geen advies voor een gezond rooster.

Vanuit slaap en herstel zou ik het liever houden op twee of drie nachtdiensten achter elkaar, gevolgd door echte hersteltijd, en een rooster dat voorwaarts draait: ochtend, avond, nacht.

Wat is de ploegendienststoornis en wanneer hoort iemand bij de bedrijfsarts?

De ploegendienststoornis is een combinatie van slapeloosheid en/of overmatige slaperigheid en te weinig slaap, die samenhangt met een werkrooster dat overlapt met de normale slaaptijd. In het onderzoek van Drake en collega's hadden mensen met deze stoornis vaker last van slaperigheidsgerelateerde ongelukken, verzuim, depressieve klachten en maagzweren dan collega's die dezelfde soorten diensten werkten zonder de stoornis.

Signalen om de bedrijfsarts in te schakelen zijn aanhoudende slaapproblemen, ongewild in slaap vallen achter het stuur of op het werk, of klachten die duidelijk verergeren door de nachtdiensten. Blijkt uit arbeidsgezondheidskundig onderzoek dat gezondheidsklachten het gevolg zijn van nachtwerk, dan moet de werkgever werk op andere tijdstippen aanbieden als alternatief werk mogelijk is.

Helpt fel licht tijdens de nachtdienst?

Fel licht in de eerste helft van de nachtdienst kan helpen om alert te blijven. Maar licht is ook het belangrijkste signaal voor de biologische klok. Veel fel licht gedurende de nacht kan die klok verschuiven, afhankelijk van het tijdstip, de lichtsterkte en het spectrum. Zo'n verschuiving is niet altijd wenselijk, zeker niet bij medewerkers die maar enkele nachten achter elkaar werken en daarna weer terug moeten naar een dagritme.

Zet extra licht daarom gericht in en verminder fel licht richting het einde van de nachtdienst. Ook ochtendlicht op weg naar huis kan de biologische klok beïnvloeden. Het afschermen daarvan met een donkere bril kan onderdeel zijn van een strategie om aanpassing aan nachtwerk te bevorderen, maar alleen als iemand niet zelf hoeft te rijden: bij slaperige bestuurders kan minder licht juist de alertheid verder verlagen.

Bronnen

  1. Rijksoverheid. Hoe vaak mag ik nachtdienst hebben? En: Wat zijn de wettelijke regels voor mijn werktijden en rusttijden?
  2. Arboportaal. Wat zegt de wet over nachtdiensten?
  3. Gezondheidsraad. Gezondheidsrisico's door nachtwerk. Den Haag: Gezondheidsraad; 2017. Publicatienr. 2017/17.
  4. RIVM. Kennisplatform Nachtwerk: Nachtwerk en informatie voor werkgevers.
  5. Kecklund G, Axelsson J. Health consequences of shift work and insufficient sleep. BMJ. 2016;355:i5210. doi 10.1136/bmj.i5210.
  6. Drake CL, Roehrs T, Richardson G, Walsh JK, Roth T. Shift work sleep disorder: prevalence and consequences beyond that of symptomatic day workers. Sleep. 2004;27(8):1453-1462. doi 10.1093/sleep/27.8.1453.
  7. Booker LA, Magee M, Rajaratnam SMW, Sletten TL, Howard ME. Individual vulnerability to insomnia, excessive sleepiness and shift work disorder amongst healthcare shift workers: a systematic review. Sleep Medicine Reviews. 2018;41:220-233. doi 10.1016/j.smrv.2018.03.005.
  8. Zion N, Shochat T. Let them sleep: the effects of a scheduled nap during the night shift on sleepiness and cognition in hospital nurses. Journal of Advanced Nursing. 2019;75(11):2603-2615. doi 10.1111/jan.14031.
  9. van de Laar M. Slapen als een oermens. Spectrum; 2025. Hoofdstuk 5.
  10. van de Laar M. Podcast over slaap verbeteren, deel 2 van een tweeluik; 2026.

Gecontroleerd door Merijn op 26 september 2026. Hoe artikelen tot stand komen en worden gecontroleerd staat in het redactiestatuut. Dit artikel geeft algemene informatie en leefstijladviezen en vervangt geen medisch advies. Heb je langere tijd last van slecht slapen of vermoed je een slaapstoornis? Bespreek het met je huisarts.

Deel dit

Lees ook

  • Slaap hoort in elk vitaliteitsprogramma: betrouwbare voorlichting, signalering, verstandige roosters, daglicht, afspraken over bereikbaarheid en een korte route naar CGT-I leveren meer op dan trackers, supplementen en apps zonder bewijs. Toch gaan vitaliteitsprogramma's regelmatig vooral over voeding, beweging en stress en slaan ze de pijler over die vaak het meeste oplevert. In dit artikel laat ik zien wat slecht slapen een organisatie kost, wat een werkgever wél kan doen en waar het geld weglekt, tot en met sleepmaxxing.
    Gezondheid en slaapstoornissen

Herken je iets anders?

Kies de situatie die het meest op de jouwe lijkt. De slaaphulp wijst je de eerste stap, het passende artikel, de juiste tool of, waar nodig, je huisarts.

Weet je niet welke vraag de jouwe is? Begin bij de slaaphulp

Gratis slaaptips

Beter slapen begint vanavond

Slaaptips met bron, van dr. Merijn van de Laar, plus als eerste nieuws over het boek en de theatertour.

Leer beter slapen
Portret van dr. Merijn van de Laar, slaapwetenschapperDr. Merijn van de Laar
Wat kenmerkt jouw slaap?Doe de gratis slaaptest van drie minuten en krijg meteen je slaapprofiel.