Gratis webinar: Slaap met de kennis van nu. Meld je nu aan
Middelen, meten en gadgets / Leestijd 7 min

Stoppen met slaappillen, krijg je je natuurlijke slaap terug?

Slaappillen maken je natuurlijke slaap niet blijvend kapot, ook niet als je ze jarenlang hebt gebruikt. Benzodiazepinen veranderen tijdens het gebruik wel de opbouw van de slaap, maar een deel van die veranderingen kan na het afbouwen weer verbeteren. In de eerste nachten kan je slaap tijdelijk juist slechter worden: dat heet rebound-slapeloosheid. Daarna wordt meestal duidelijker hoeveel van de oorspronkelijke slapeloosheid nog aanwezig is. Die resterende slapeloosheid is vaak goed te behandelen zonder slaapmedicatie, maar nog beter is al een gedragsmatige behandeling starten tijdens het afbouwtraject. Ik leg uit wat er gebeurt als je stopt, waarom de eerste nachten zwaarder kunnen zijn en hoe je veilig afbouwt, altijd in overleg met je arts.

Gepubliceerd 18 augustus 2026, laatst herzien 18 oktober 2026

Ik noem slaappillen vaak anti-rustelozewaakmedicatie, want dat is wat ze ook doen: ze dempen het rusteloze wakker liggen. Je slaapt er vaak wat langer door en je valt misschien wat eerder in slaap, maar de slaap wordt anders opgebouwd: benzodiazepinen geven gemiddeld vaak minder diepe slaap en vaak ook minder REM-slaap. Je bent dus wel degelijk in slaap, maar het is niet precies dezelfde slaap als zonder medicatie.

De eerste nacht denk je: eindelijk rustig. De tweede nacht ook. Maar bij dagelijks gebruik ontstaat relatief snel tolerantie: na ongeveer twee weken neemt het slaapbevorderende effect vaak af, terwijl bijwerkingen en het risico op afhankelijkheid blijven bestaan. Wil je dan stoppen, dan kan de slaap tijdelijk ineens veel slechter worden. Soms slaap je in de eerste nachten zelfs slechter dan vóór je met het middel begon. Dat heet rebound-slapeloosheid.

Zo kun je in een fuik terechtkomen: juist doordat stoppen tijdelijk slechter slapen kan geven, lijkt het alsof je de pil echt nodig hebt. Ik zag mensen die tien jaar aan een receptje zaten omdat ze dachten dat ze zonder niet meer konden slapen. Is hun natuurlijke slaap dan voorgoed kapot? Juist die angst houdt mensen aan de pillen, en die angst is meestal ongegrond.

Herstelt je slaap na het stoppen?

Vaak wel, sowieso voor een deel. Studies laten zien dat sommige veranderingen in de slaaparchitectuur al binnen enkele weken na het afbouwen kunnen verbeteren. In een kleine studie bij mensen die jarenlang benzodiazepinen hadden gebruikt, was bijvoorbeeld de hoeveelheid diepe slaap vijftien dagen na het stoppen weer duidelijk toegenomen.

Je slaap is dus zeker niet per definitie "kapot". Wel is het te simpel om te zeggen dat alle veranderingen binnen één of twee weken volledig verdwijnen. Hoe snel en hoeveel er herstelt, verschilt per persoon.

Bij een deel van de mensen blijft er wel onderliggende slapeloosheid bestaan, de reden waarom de pillen ooit werden voorgeschreven. Die slapeloosheid is vaak goed te behandelen zonder medicatie en vaak kan het helpen om al een gedragsmatige behandeling tijdens het afbouwen in te zetten.

Wat als de eerste nachten zonder pil slechter zijn?

Er is één belangrijke kanttekening: de eerste dagen na het verminderen of stoppen kúnnen lastiger zijn. De oorzaak is rebound-slapeloosheid, een tijdelijke terugslag waarbij je tijdelijk slechter kunt slapen dan vóór je met het middel begon.

Dat voelt al snel als bewijs dat je de pillen echt nodig hebt, maar dat is het meestal niet. Als rebound optreedt, is die doorgaans tijdelijk. Daarna wordt beter zichtbaar hoeveel van de oorspronkelijke slapeloosheid nog aanwezig is. Geleidelijk afbouwen onder begeleiding helpt om die overgang zo veilig mogelijk te maken.

Langdurig gebruik neemt weer toe, en dat is geen goed nieuws

De cijfers stijgen weer

Nieuwe cijfers van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik laten zien dat het aandeel nieuwe gebruikers dat slaapmiddelen langer dan aanbevolen voorgeschreven krijgt, in het vierde kwartaal van 2025 voor het tweede jaar op rij is gestegen. Die stijging is lastig te rijmen met wat we al jaren weten: benzodiazepinen en z-drugs (zolpidem en zopiclon) zijn meestal geen goede langetermijnbehandeling voor slapeloosheid.

Benzodiazepinen geven gemiddeld minder diepe NREM-slaap en vaak ook minder REM-slaap. De opbouw van de slaap verandert dus. Bij z-drugs is dat effect minder eenduidig.

De risico's van langdurig gebruik

Langdurig gebruik is bovendien niet zonder risico. Vooral bij ouderen zien we meer vallen, letsel en fracturen: in een meta-analyse was gebruik van z-drugs geassocieerd met 63 procent meer kans op fracturen.

Ook over de gevolgen in het denkvermogen zijn er zorgen. Een meta-analyse uit 2026 van 13 studies met ruim 721.000 deelnemers vond bij gebruikers van benzodiazepinen en z-drugs gemiddeld een samenhang met een grotere kans op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer. Dat bewijst nadrukkelijk niet dat deze middelen Alzheimer veroorzaken: de ziekte zou bijvoorbeeld al vaker in een vroeg stadium aanwezig kunnen zijn en slaapproblemen met zich mee kunnen brengen als mensen slaapmedicatie voor het eerst gaan gebruiken. Ook andere verstorende factoren kunnen een belangrijke rol spelen.

Wat een slaappil met je nacht doet

Wat een slaappil intussen met je nacht doet, is in 2025 opnieuw gemeten, bij mensen tussen de 55 en 80 jaar die al langdurig benzodiazepinen of z-drugs gebruikten. Ze hadden minder diepe slaap en meer lichte slaap, en de hersengolven die tijdens diepe slaap betrokken zijn bij geheugenprocessen waren veranderd. Hoe hoger de dosis, hoe sterker het effect.

Opvallend is dus dat langdurig gebruik samenhing met veranderingen in juist die slaapkenmerken die betrokken zijn bij geheugenprocessen. De studie laat alleen niet zien dat deze veranderingen ook de oorzaak zijn van achteruitgang in het denkvermogen.

Wanneer een slaappil wel zinvol is

Bij ernstige, acute slapeloosheid kan kortdurend gebruik in uitzonderingssituaties zinvol zijn. Maar tijdelijk moet dan ook echt tijdelijk blijven. Bij chronische slapeloosheid is cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I) de eerste keuze en moet de slapeloosheid zelf worden behandeld, in plaats van langdurig alleen de klachten te onderdrukken.

Waarom pillen niet de oplossing zijn

Pillen pakken de instandhoudende mechanismen niet aan

Daarmee raakt dit artikel aan de kern van mijn werk. Slaappillen kunnen de klachten tijdelijk verminderen, maar richten zich niet op de factoren die chronische slapeloosheid vaak in stand houden. Bij langdurig gebruik kunnen afhankelijkheid van het middel en het idee dat je zonder pil niet kunt slapen bovendien het vertrouwen in je eigen slaap ondermijnen.

Mijn eigen worsteling

Ik ken die worsteling van dichtbij. Toen ik zelf een paar jaar slecht sliep, heb ik ook een paar keer een slaappil genomen. Maar ik merkte al snel dat ik niet afhankelijk wilde worden van medicatie. Daarom koos ik uiteindelijk voor een gedragsmatige aanpak. Die aanpak heeft mij geholpen, en het is ook de aanpak die ik mijn cliënten meestal aanraad.

Vóór het eerste recept

Het belangrijkste moment om in te grijpen is vaak nog vóór het eerste recept. Bij bijna twee op de drie mensen die voor het eerst met een slaapprobleem bij de huisarts komen, wordt al in dat eerste consult een slaapmiddel voorgeschreven, en binnen twee jaar heeft 77 procent minstens één recept gehad, blijkt uit Nederlands huisartsenonderzoek van Bakker en collega's.

De richtlijn is inmiddels terughoudend: slaappillen worden bij slapeloosheid vrijwel nooit als eerste keuze aangeraden. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld na een ingrijpend trauma of het verlies van een partner. Maar ook dan hoort goede uitleg erbij: wat doet het middel, welke nadelen heeft het en hoe zorgen we dat het gebruik kort blijft?

Ook na een recent trauma is terughoudendheid belangrijk. Onderzoek geeft geen goede aanwijzingen dat benzodiazepinen het ontstaan van PTSS kunnen voorkomen; sommige studies wijzen zelfs op mogelijke ongunstige effecten. Hoe slaap en met name REM-slaap precies betrokken zijn bij emotioneel geheugen na trauma, wordt nog onderzocht. Meer daarover lees je in slapeloosheid na een trauma.

Precies daarom geef ik hier ook les over aan apothekers: wat een slaappil met de opbouw van je slaap doet, lees je nauwelijks terug in de bijsluiter.

Wat wél werkt

Gedragsmatige behandeling

De best onderbouwde behandeling bij chronische slapeloosheid is cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I). Slaaprestrictie en stimuluscontrole vormen daarin belangrijke gedragsmatige onderdelen. Door de tijd in bed tijdelijk te beperken, bouw je meer slaapdruk op en dat kan de momenten van onrustig wakker liggen verminderen. Stimuluscontrole kan helpen om te voorkomen dat wakker liggen in bed omslaat in actief proberen te slapen, piekeren of frustratie. Deze behandelingen zette ik zelf ook vaak in terwijl cliënten nog slaapmedicatie gebruikten, omdat de afbouw van de middelen dan vaak ook gemakkelijker ging en iemand niet eerst verergering van de klachten krijgt en dan tegelijkertijd aan een pittige behandeling moet beginnen.

Belangrijk om te begrijpen: langer in bed liggen om slaap in te halen werkt juist averechts. De oplossing is dus vaak niet méér (slaap of pillen), maar een andere aanpak.

Afbouwen met slaaptherapie

CGT-I kan ondersteuning bieden bij het afbouwen van slaapmiddelen. In een onderzoek onder ouderen die al jarenlang benzodiazepinen gebruikten, was direct na de behandeling 48 procent gestopt met alleen een afbouwschema, tegenover 85 procent met een afbouwschema plus CGT-I. Een veelbelovend verschil, maar het kwam uit een kleine studie. Een recente overzichtsstudie laat zien dat het extra voordeel voor volledig stoppen niet in alle onderzoeken even duidelijk terugkomt.

De therapie is praktisch en kort: geen zes maanden praten over je jeugd, maar een aanpak die bij ongeveer 70 tot 80 procent van de mensen die de behandeling afronden gemiddeld binnen een aantal weken tot verbetering leidt.

Behandeling is vaak dichterbij dan je denkt

Hulp bij slapeloosheid hoeft niet ver weg te zijn. Door heel Nederland werken slaapoefentherapeuten, praktijkondersteuners, psychologen en psychotherapeuten die geschoold zijn in de behandeling van slapeloosheid, bijvoorbeeld met CGT-I. Slaapoefentherapeuten zijn op veel plekken in het land te vinden, vaak met relatief korte wachtlijsten en zijn meestal zonder verwijzing toegankelijk.

Zelf geef ik scholing aan onder meer leefstijlapothekers en binnen de opleiding slaapoefentherapie, waarbij ook de risico's en beperkingen van slaapmedicatie aan bod komen. Daar ligt wat mij betreft een belangrijke opdracht voor de komende jaren: zorgen dat mensen met slapeloosheid eerder de juiste hulp vinden, dichtbij huis en vóórdat jarenlang gebruik van slaapmiddelen is ontstaan.

Na jaren slaappillen krijg je je natuurlijke slaap dus vaak grotendeels weer terug, en veranderingen in hoe de slaap er in onderzoeksmetingen uitziet kunnen na afbouwen verbeteren. De sleutel is niet nog een pil, maar begrijpen hoe je slaap werkt. Doe de gratis slaaptest.

Gebruik je slaapmedicatie en wil je afbouwen? Doe dit altijd in overleg met je huisarts of apotheker; stop nooit op eigen houtje. Dit artikel geeft algemene informatie en leefstijladviezen en vervangt geen medisch advies.

Veelgestelde vragen

Is mijn natuurlijke slaap kapot na jaren slaappillen?

Nee. Studies laten zien dat sommige veranderingen in de opbouw van je slaap, de verschillende slaapfasen, al binnen enkele weken na het afbouwen van benzodiazepinen kunnen verbeteren. Hoe snel en hoeveel er herstelt, verschilt per persoon en per slaapkenmerk. De eerste dagen kunnen lastig zijn, maar je natuurlijke slaap is zeker niet per definitie kapot.

Wat is rebound-slapeloosheid?

Rebound-slapeloosheid is een tijdelijke terugslag vlak na het verminderen of stoppen met slaappillen: de eerste nachten kun je slechter slapen dan vóór je met het middel begon. Dat gebeurt niet bij iedereen en komt vaker voor bij korter werkende benzodiazepinen. Als het optreedt, is het doorgaans tijdelijk, en het betekent niet dat je de pillen weer nodig hebt. Geleidelijk afbouwen onder begeleiding helpt om die overgang zo veilig mogelijk te maken.

Wat werkt beter dan slaappillen bij slapeloosheid?

Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I), met slaaprestrictie en stimuluscontrole als belangrijke gedragsmatige onderdelen. Die leidt bij ongeveer 70 tot 80 procent van de mensen die de behandeling afronden, vaak al binnen enkele weken, tot verbetering. In een kleine studie bij ouderen die benzodiazepinen afbouwden, was met CGT-I erbij direct na de behandeling 85 procent gestopt, tegen 48 procent met alleen een afbouwschema. Een recente overzichtsstudie vindt dat extra voordeel voor volledig stoppen niet in alle onderzoeken even duidelijk terug. Slaappillen verminderen klachten, maar richten zich niet op de gedragsmatige en cognitieve processen die chronische slapeloosheid in stand houden. Een gedragsmatige aanpak doet dat wel.

Wat zijn de risico's van jarenlang slaappillen slikken?

Langdurig gebruik van benzodiazepinen en z-drugs (zolpidem en zopiclon) is niet zonder risico. Benzodiazepinen geven gemiddeld minder diepe slaap en vaak ook minder REM-slaap; bij z-drugs is dat effect minder eenduidig. Vooral bij ouderen zien we meer vallen en fracturen: in een meta-analyse gaven z-drugs 63 procent meer kans op een fractuur. Een meta-analyse uit 2026 met ruim 721.000 deelnemers vond bij gebruikers gemiddeld een hogere kans op Alzheimer. Dat bewijst niet dat de middelen de oorzaak zijn, maar het is een verband om serieus te nemen. Kortdurend gebruik kan bij ernstige, acute slapeloosheid zinvol zijn, maar dan ook echt tijdelijk.

Mag ik zomaar stoppen met mijn slaappillen?

Nee, stop nooit abrupt. Slaappillen bouw je meestal stapsgewijs af, altijd onder begeleiding van je arts. Die kan een afbouwschema opstellen en je helpen de overstap naar een gedragsmatige aanpak te maken.

Bronnen

  1. Barbaux L, Perrault AA, Cross NE, et al. Effect of chronic benzodiazepine and benzodiazepine receptor agonist use on sleep architecture and brain oscillations in older adults with chronic insomnia. Sleep. 2025;48(10):zsaf168.
  2. Van de Laar M. Vragenrondes (Q&A) over het afbouwen van benzodiazepinen en het herstel van de natuurlijke slaap.
  3. Van de Laar M. Slapen als een oermens. Spectrum; 2025. Hoofdstuk over slapeloze nachten en de gedragsmatige behandeling van slapeloosheid.
  4. Poyares D, Guilleminault C, Ohayon MM, Tufik S. Chronic benzodiazepine usage and withdrawal in insomnia patients. Journal of Psychiatric Research. 2004;38(3):327-334.
  5. Instituut Verantwoord Medicijngebruik. Langdurig gebruik slaapmiddelen neemt weer toe (2026). Themarapportage Minderen en stoppen 2025. Utrecht: Instituut Verantwoord Medicijngebruik; 2026.
  6. Treves N, Perlman A, Kolenberg Geron L, Asaly A, Matok I. Z-drugs and risk for falls and fractures in older adults: a systematic review and meta-analysis. Age and Ageing. 2018;47(2):201-208.
  7. Morin CM, Bastien C, Guay B, Radouco-Thomas M, Leblanc J, Vallières A. Randomized clinical trial of supervised tapering and cognitive behavior therapy to facilitate benzodiazepine discontinuation in older adults with chronic insomnia. American Journal of Psychiatry. 2004;161(2):332-342.
  8. Zhang C, Yang L, Zhang J. Cognitive behavioral therapy for insomnia-assisted discontinuation or reduction of benzodiazepine receptor agonists and Z-drugs in chronic insomnia: a systematic review and meta-analysis. Journal of International Medical Research. 2026;54(9). doi 10.1177/03000605261487272.
  9. Morin CM. Cognitive-behavioral approaches to the treatment of insomnia. J Clin Psychiatry. 2004;65(Suppl 16):33-40.
  10. Van de Laar M, Pevernagie D, van Mierlo P, Overeem S. Psychiatric comorbidity and aspects of cognitive coping negatively predict outcome in cognitive behavioral treatment of psychophysiological insomnia. Behavioral Sleep Medicine. 2015;13(2):140-156.
  11. da Silva AMP, Tudella GCN, Gonçalves OR, Ribeiro FV, Pereira MAOM, do Nascimento MDVS, et al. Use of sedative-hypnotic drugs and the risk of developing Alzheimer's disease: a systematic review, meta-analysis and meta-regression. Drugs. 2026;86(7):1103-1119.
  12. Bakker MH, Oldejans NA, Hugtenburg JG, van der Horst HE, Slottje P. Insomnia management in Dutch general practice: a routine care database study. Scandinavian Journal of Primary Health Care. 2023;41(3):306-316.
  13. van Straten A, van der Zweerde T, Kleiboer A, Cuijpers P, Morin CM, Lancee J. Cognitive and behavioral therapies in the treatment of insomnia: a meta-analysis. Sleep Medicine Reviews. 2018;38:3-16.
  14. Miller CB, Espie CA, Epstein DR, Friedman L, Morin CM, Pigeon WR, Spielman AJ, Kyle SD. The evidence base of sleep restriction therapy for treating insomnia disorder. Sleep Medicine Reviews. 2014;18(5):415-424.

Gecontroleerd door Merijn op 18 oktober 2026. Hoe artikelen tot stand komen en worden gecontroleerd staat in het redactiestatuut. Dit artikel geeft algemene informatie en leefstijladviezen en vervangt geen medisch advies. Heb je langere tijd last van slecht slapen of vermoed je een slaapstoornis? Bespreek het met je huisarts.

Deel dit

Lees ook

  • Je wordt wakker en voelt je best goed, tot je op je horloge kijkt: slaapscore 68, nauwelijks diepe slaap. En ineens voelt die nacht een stuk minder goed. Zo'n score is een van de manieren waarop slaaptrackers juist onrust over slaap kunnen veroorzaken. Wanneer je steeds meer op die cijfers gaat vertrouwen en je slaap probeert te perfectioneren, wordt dat ook wel orthosomnie genoemd. Ik leg uit waar die term vandaan komt, wat een groot Noors onderzoek en een slim experiment met nepfeedback laten zien, waarom juist mensen met slapeloosheid kwetsbaar zijn en wanneer je je tracker beter een tijdje kunt afdoen.
    Middelen, meten en gadgets
  • Een slaaponderzoek lees je door te beginnen bij het totaal aan bewijs en daarna elke studie zeven vragen te stellen. Elke week staat er iets nieuws in de krant dat je beter zou laten slapen: kaas, kiwi's, magnesium, een app. Vaak zit er een echt onderzoek achter, en vaak zegt dat onderzoek veel minder dan de kop. Ik laat zien hoe ik dat zelf doe. Dan snap je straks beter waarom een stukje brie je slaap niet zomaar redt en waarom een significant effect niet per se een merkbaar effect is.
    Middelen, meten en gadgets
  • Slaapgadgets als de verzwaringsdeken, slaaprobot en mondtape worden volop verkocht als oplossing voor beter slapen, maar overtuigend bewijs dat ze chronische slapeloosheid behandelen ontbreekt vooralsnog. Voor sommige hulpmiddelen, zoals een verzwaringsdeken, zijn er wel eerste positieve resultaten, maar het onderzoek is nog beperkt. Meer bewijs is er voor gerichte lichttherapie en voor oordopjes als geluid je slaap verstoort. Ik leg per gadget uit wat het onderzoek werkelijk laat zien.
    Middelen, meten en gadgets

Herken je iets anders?

Kies de situatie die het meest op de jouwe lijkt. De slaaphulp wijst je de eerste stap, het passende artikel, de juiste tool of, waar nodig, je huisarts.

Weet je niet welke vraag de jouwe is? Begin bij de slaaphulp

Gratis slaaptips

Beter slapen begint vanavond

Slaaptips met bron, van dr. Merijn van de Laar, plus als eerste nieuws over het boek en de theatertour.

Leer beter slapen
Portret van dr. Merijn van de Laar, slaapwetenschapperDr. Merijn van de Laar
Wat kenmerkt jouw slaap?Doe de gratis slaaptest van drie minuten en krijg meteen je slaapprofiel.