Gratis webinar: Slaap met de kennis van nu. Meld je nu aan
Middelen, meten en gadgets / Leestijd 6 min

Orthosomnie: als meten je slaap juist slechter maakt

Je wordt wakker en voelt je best goed, tot je op je horloge kijkt: slaapscore 68, nauwelijks diepe slaap. En ineens voelt die nacht een stuk minder goed. Zo'n score is een van de manieren waarop slaaptrackers juist onrust over slaap kunnen veroorzaken. Wanneer je steeds meer op die cijfers gaat vertrouwen en je slaap probeert te perfectioneren, wordt dat ook wel orthosomnie genoemd. Ik leg uit waar die term vandaan komt, wat een groot Noors onderzoek en een slim experiment met nepfeedback laten zien, waarom juist mensen met slapeloosheid kwetsbaar zijn en wanneer je je tracker beter een tijdje kunt afdoen.

Gepubliceerd 17 september 2026, laatst herzien 24 september 2026

Je wordt wakker en voelt je eigenlijk best goed. Totdat je op je horloge kijkt. Slaapscore: 68. Nauwelijks diepe slaap. Te weinig REM-slaap. En ineens voelt die nacht toch een stuk minder goed.

Om precies die reden ben ik kritisch op slaaptrackers. Niet omdat meten per definitie verkeerd is, maar omdat een slaapscore meer met je kan doen dan je zelf misschien denkt. Zeker bij mensen die al moeite hebben met slapen kan zo'n score juist extra aandacht, onzekerheid en controle oproepen. In mijn werk met mensen met slapeloosheid zag ik regelmatig dat de eigen ervaring steeds minder belangrijk wordt. Iemand zegt dan bijvoorbeeld: "Ik dacht dat ik best goed had geslapen, maar mijn horloge zegt van niet." Dat vind ik problematisch.

Wat is orthosomnie?

Orthosomnie is de term voor dit verschijnsel: zo sterk bezig zijn met het optimaliseren van je slaap op basis van trackergegevens dat het meten zelf zorgen geeft. De term werd in 2017 geïntroduceerd door de Amerikaanse slaaponderzoeker Kelly Baron en collega's. Zij beschreven patiënten die sterk bezig waren met het optimaliseren van hun slaap op basis van gegevens uit slaaptrackers. De zoektocht naar perfecte slaapdata kon juist zorgen voor meer zorgen en slaapgerelateerd gedrag.

Orthosomnie is geen officiële medische diagnose. Het is vooral een beschrijvende term voor de situatie waarin iemand steeds sterker probeert de "juiste" slaap te bereiken en daarbij veel betekenis geeft aan cijfers over slaapduur, slaapkwaliteit of slaapstadia. Je gaat dus meten om meer grip op je slaap te krijgen, maar bent er vervolgens meer mee bezig.

Het Noorse onderzoek: veel meten, weinig verbetering

Een grote Noorse studie uit 2026 geeft een interessant beeld van hoe mensen slaapapps en slaaptrackers ervaren. In totaal vulden 1.002 volwassenen een vragenlijst in. Bijna de helft, 46%, gebruikte of had ooit een slaapapp of slaaptracker gebruikt.

Wat gebruikers rapporteerden

Veel mensen vonden de technologie interessant. Maar het belangrijkste getal vind ik een ander: slechts 15,4% van de gebruikers gaf aan dat de app of tracker daadwerkelijk had geholpen om beter te slapen. Tegelijkertijd zei 17,8% zich door het gebruik juist méér zorgen te zijn gaan maken over de slaap en kreeg 14% het idee dat er iets mis was met de eigen slaap.

Bij mensen met slapeloosheid waren de gerapporteerde negatieve effecten bovendien groter dan bij mensen zonder slapeloosheid. De onderzoekers concluderen daarom zelf dat voorzichtigheid verstandig is bij mensen die al slaapproblemen hebben. Voor de volledigheid: dat verschil verdween nadat de onderzoekers hadden gecorrigeerd voor onder meer leeftijd, geslacht en opleidingsniveau.

Wat dit onderzoek niet bewijst

Daar moet meteen een belangrijke kanttekening bij. Dit onderzoek bewijst niet dat trackers slaapklachten veroorzaken. Mensen rapporteerden zelf hoe zij het effect van de technologie ervoeren. Het was geen experiment waarin mensen willekeurig wel of geen tracker kregen. Maar het laat óók niet het beeld zien dat slaaptracking vanzelf tot betere slaap leidt. Dat bewijs is er simpelweg niet.

Maar: een slechte slaapscore kan je dag kleuren

Een experiment met nepfeedback

Een ander onderzoek laat zien waarom een slaapscore invloed kan hebben op je functioneren, en niet altijd in positieve zin. Gavriloff en collega's onderzochten 63 mensen met slapeloosheid. De deelnemers kregen 's ochtends feedback over hoe goed ze volgens een zogenaamd slaapmeetinstrument hadden geslapen. Die feedback was nep.

De onderzoekers verdeelden deelnemers willekeurig over positieve of negatieve feedback over hun slaapefficiëntie. Hun werkelijke slaap bepaalde dus niet welke boodschap ze kregen. Toch veranderde de manier waarop mensen zich later op de dag voelden.

Ervaren versus gemeten alertheid

Mensen die negatieve slaapfeedback hadden gekregen rapporteerden vervolgens meer vermoeidheid en slaperigheid en minder alertheid dan mensen die positieve feedback hadden ontvangen. Op objectieve tests van psychomotorische alertheid presteerden zij echter niet aantoonbaar slechter.

Het verschil tussen ervaren en gemeten alertheid is een belangrijk onderscheid. De feedback had dus invloed op hoe mensen hun functioneren ervoeren, zonder dat duidelijk was dat zij daadwerkelijk slechter functioneerden. Daarmee moet je voorzichtig zijn met grote conclusies. Eén experimentele studie bewijst niet dat iedere slechte slaapscore je dag verpest. Maar het laat wel iets zien wat ik in de praktijk herken. Wat je denkt over slaap kan mede bepalen hoe je je voelt.

Hoe betrouwbaar zijn die cijfers eigenlijk?

Daar komt nog een tweede probleem bij. Consumententrackers meten slaap niet rechtstreeks zoals een polysomnografie dat doet. Ze leiden slaap af uit bijvoorbeeld beweging, hartslag en hartslagvariabiliteit.

Dat kan soms helpen om globale patronen te volgen, maar vooral de indeling in lichte slaap, diepe slaap en REM-slaap is aanzienlijk minder betrouwbaar dan veel gebruikers denken. Ook de World Sleep Society benadrukte in 2025 dat consumententrackers beperkingen hebben en dat gegevens zorgvuldig moeten worden geïnterpreteerd. Wat een tracker wel en niet goed meet, leg ik uit in kloppen de slaapscores van je smartwatch of ring?

Daarmee ontstaat een vreemde situatie. Een apparaat geeft een vrij precies getal (bijvoorbeeld 47 minuten diepe slaap) waardoor het betrouwbaar voelt. Maar de precisie van het getal is niet hetzelfde als de nauwkeurigheid van de meting.

Helpen slaaptrackers bij slapeloosheid?

Er zijn kleine studies waarin wearabledata worden gecombineerd met uitgebreide begeleiding of behandeling en waarin wat gunstige effecten worden gevonden. Maar dat is iets anders dan aantonen dat slaaptracking zelf slapeloosheid verbetert. De hoeveelheid goed onderzoek is beperkt, studies gebruiken verschillende apparaten en interventies en vaak is onduidelijk welk deel van het effect afkomstig is van de tracker en welk deel van de begeleiding eromheen.

Daarom zou ik een consumententracker op dit moment niet beschouwen als behandeling voor slapeloosheid. Zeker niet wanneer iemand al sterk gefocust is op slaap.

Waarom juist mensen met slapeloosheid kwetsbaar kunnen zijn

Die kwetsbaarheid heeft ook te maken met de aard van slapeloosheid. Mensen met chronische slapeloosheid zijn vaak al veel met slaap bezig. En dan komen er gedachten voorbij als: heb ik wel genoeg slaap gehad, en hoe ga ik me voelen als ik zo weinig geslapen heb?

Zulke gedachten zijn heel begrijpelijk. Ik weet uit mijn eigen periodes met slapeloosheid hoe verleidelijk het is om slaap te willen oplossen. Je gaat zoeken naar datgene wat je nog kunt aanpassen: je bedtijd, voeding, supplementen, temperatuur, ontspanning en tegenwoordig dus ook je slaapscore.

Maar slaap heeft een vervelende eigenschap: hoe meer je hem probeert te controleren, hoe minder goed het gaat. Binnen de behandeling van slapeloosheid proberen we daarom juist niet ieder detail van de nacht te optimaliseren. Een belangrijk onderdeel is opnieuw leren vertrouwen op het eigen slaapvermogen en minder betekenis geven aan individuele slechte nachten. Een apparaat dat iedere ochtend je aandacht opnieuw naar de nacht trekt kan daar haaks op staan. Hoe die aanpak werkt, lees je in wat helpt echt tegen slecht slapen.

Wanneer wordt slaaptracking een probleem?

Ik zou niet alleen kijken naar of iemand een tracker gebruikt. Belangrijker is wat iemand vervolgens met die informatie doet. Bijvoorbeeld wanneer je:

  • 's ochtends eerst je score bekijkt voordat je bepaalt hoe je je voelt;
  • ongerust wordt wanneer je weinig diepe slaap of REM-slaap ziet;
  • activiteiten overdag aanpast omdat je tracker zegt dat je slecht hebt geslapen;
  • iedere avond probeert je slaapscore verder te optimaliseren;
  • steeds meer informatie verzamelt omdat je onzeker bent over je slaap;
  • meer vertrouwen hebt in je horloge dan in je eigen ervaring.

Dan zou ik sneller geneigd zijn te adviseren geen tracker meer te gebruiken.

Zeker bij slapeloosheid ben ik kritisch. Als een tracker zorgen, controle of voortdurende aandacht voor slaap versterkt, zie ik weinig reden om hem te blijven gebruiken. Dan kan het juist interessant zijn hem een tijdje af te doen. Niet omdat daarmee automatisch je slapeloosheid verdwijnt, maar om te zien wat er gebeurt wanneer je 's ochtends niet meer wordt verteld hoe goed je volgens een algoritme hebt geslapen.

Misschien merk je dan weer iets anders op: hoe je je daadwerkelijk voelt.

Mijn belangrijkste boodschap

Er zijn steeds meer mogelijkheden om slaap te meten. Maar meer meten betekent niet automatisch meer begrijpen. En meer informatie betekent zeker niet automatisch beter slapen.

Voor mensen met slapeloosheid kan de drang om de perfecte slaap te bereiken juist onderdeel worden van het probleem. Daarom zou ik een slaapscore nooit belangrijker maken dan je eigen functioneren.

Je hoeft niet iedere nacht perfect te slapen. Sterker nog: perfecte slaap bestaat helemaal niet. Wil je weten wat er in jouw nacht speelt, zonder horloge? Doe de gratis slaaptest.

Heb je al langere tijd problemen met inslapen, doorslapen of vroeg wakker worden én heb je daar overdag last van, bespreek dat dan met je huisarts of een behandelaar die deskundig is op het gebied van slapeloosheid. Een consumenten-slaaptracker kan een slaapstoornis niet vaststellen of uitsluiten.

Dit artikel geeft algemene informatie en leefstijladviezen en vervangt geen medisch advies.

Veelgestelde vragen

Wat is orthosomnie?

Orthosomnie is een term uit 2017 van slaaponderzoeker Kelly Baron en collega's voor de situatie waarin iemand steeds sterker de "juiste" slaap probeert te bereiken en veel betekenis geeft aan cijfers over slaapduur, slaapkwaliteit of slaapstadia uit een slaaptracker. Het meten, bedoeld om grip te krijgen, maakt je juist meer met slaap bezig.

Is orthosomnie een officiële diagnose?

Nee. Het is een beschrijvende term, geen medische diagnose. Het beschrijft een patroon van zorgen en gedrag rond slaapdata, niet een aandoening die je kunt vaststellen.

Kan een slechte slaapscore je dag beïnvloeden?

Ja, in je beleving. In een experiment kregen mensen met slapeloosheid 's ochtends willekeurig positieve of negatieve nepfeedback over hun nacht. Wie negatieve feedback kreeg, voelde zich overdag vermoeider, slaperiger en minder alert, terwijl objectieve tests geen slechter functioneren lieten zien. Wat je denkt over je slaap kan dus mede bepalen hoe je je voelt.

Helpen slaaptrackers bij slapeloosheid?

Daar is geen goed bewijs voor. Er zijn kleine studies waarin trackerdata worden gecombineerd met begeleiding, maar dan is onduidelijk welk deel van het effect van de tracker komt. Een consumententracker is geen behandeling voor slapeloosheid, zeker niet als je al sterk op slaap gefocust bent.

Wanneer kun je je slaaptracker beter afdoen?

Als je 's ochtends eerst je score bekijkt voordat je bepaalt hoe je je voelt, ongerust wordt van weinig diepe of REM-slaap, je dag aanpast omdat de tracker zegt dat je slecht sliep, elke avond je score probeert te optimaliseren, of meer vertrouwt op je horloge dan op je eigen ervaring. Doe hem dan een tijdje af en merk op hoe je je daadwerkelijk voelt.

Bronnen

  1. Baron KG, Abbott S, Jao N, Manalo N, Mullen R. Orthosomnia: are some patients taking the quantified self too far? J Clin Sleep Med. 2017;13(2):351-354.
  2. Lundekvam Berge H, Lundekvam KE, Waage S, Bjorvatn B, Pallesen S, Saxvig IW. Sleep in the age of technology: the use of sleep apps and perceived impact on sleep and sleep habits. Front Psychol. 2026;17:1726473. Gepubliceerd 20 maart 2026.
  3. Gavriloff D, Sheaves B, Juss A, Espie CA, Miller CB, Kyle SD. Sham sleep feedback delivered via actigraphy biases daytime symptom reports in people with insomnia: implications for insomnia disorder and wearable devices. J Sleep Res. 2018;27(6):e12726.
  4. Chee MWL, Baumert M, Scott H, Cellini N, Goldstein C, Baron K, Imtiaz SA, Penzel T, Kushida CA; World Sleep Society Sleep Tracker Task Force. World Sleep Society recommendations for the use of wearable consumer health trackers that monitor sleep. Sleep Med. 2025;131:106506.

Gecontroleerd door Merijn op 24 september 2026. Hoe artikelen tot stand komen en worden gecontroleerd staat in het redactiestatuut. Dit artikel geeft algemene informatie en leefstijladviezen en vervangt geen medisch advies. Heb je langere tijd last van slecht slapen of vermoed je een slaapstoornis? Bespreek het met je huisarts.

Deel dit

Lees ook

  • Een slaaponderzoek lees je door te beginnen bij het totaal aan bewijs en daarna elke studie zeven vragen te stellen. Elke week staat er iets nieuws in de krant dat je beter zou laten slapen: kaas, kiwi's, magnesium, een app. Vaak zit er een echt onderzoek achter, en vaak zegt dat onderzoek veel minder dan de kop. Ik laat zien hoe ik dat zelf doe. Dan snap je straks beter waarom een stukje brie je slaap niet zomaar redt en waarom een significant effect niet per se een merkbaar effect is.
    Middelen, meten en gadgets
  • Slaapgadgets als de verzwaringsdeken, slaaprobot en mondtape worden volop verkocht als oplossing voor beter slapen, maar overtuigend bewijs dat ze chronische slapeloosheid behandelen ontbreekt vooralsnog. Voor sommige hulpmiddelen, zoals een verzwaringsdeken, zijn er wel eerste positieve resultaten, maar het onderzoek is nog beperkt. Meer bewijs is er voor gerichte lichttherapie en voor oordopjes als geluid je slaap verstoort. Ik leg per gadget uit wat het onderzoek werkelijk laat zien.
    Middelen, meten en gadgets
  • Voor magnesium, valeriaan, L-theanine en vitamine B6 blijft overtuigend bewijs bij gezonde slapers uit; bij lavendelolie, glycine en ashwagandha zijn er voorzichtig positieve signalen, maar geen van alle is een bewezen slaapmiddel. Elk jaar krijgt er wel een supplement de hoofdrol in je feed. Ik zet de bekendste slaapsupplementen en drogistmiddelen naast het onderzoek en laat zien welke vooral goed vermarkt zijn, en welk "natuurlijke" drankje eigenlijk een geneesmiddel is.
    Middelen, meten en gadgets

Weet je niet welke vraag de jouwe is? Begin bij de slaaphulp

Gratis slaaptips

Beter slapen begint vanavond

Slaaptips met bron, van dr. Merijn van de Laar, plus als eerste nieuws over het boek en de theatertour.

Leer beter slapen
Portret van dr. Merijn van de Laar, slaapwetenschapperDr. Merijn van de Laar
Wat kenmerkt jouw slaap?Doe de gratis slaaptest van drie minuten en krijg meteen je slaapprofiel.