Slaapwandelen is wakker gedrag tijdens de diepe slaap: de slaapwandelaar loopt met open ogen door de kamer, ontwijkt meubels en weet er de volgende ochtend weinig of niets meer van. Het komt vooral bij kinderen voor en veel minder vaak bij volwassenen: naar schatting slaapwandelt ongeveer 5 procent van de kinderen in een gegeven jaar, tegenover ongeveer 1,5 procent van de volwassenen. Familiaire aanleg speelt bovendien een belangrijke rol.
Als slaaptherapeut zag ik hoe beangstigend het kan zijn, voor ouders en voor volwassen slaapwandelaars die zich schamen om ergens anders te slapen.
Wat is slaapwandelen?
Slaapwandelen is een parasomnie: ongewoon gedrag tijdens de slaap, dat volgens Irfan en collega's optreedt in de overgang tussen slapen en waken. Bij slaapwandelen gebeurt dat meestal vanuit de diepe NREM 3-slaap, minder vaak vanuit de lichte NREM 2-slaap. Een deel van het brein slaapt, een ander deel doet wat het overdag doet: opstaan, lopen, soms eten of praten. Daarom valt slaapwandelen vooral in de eerste helft van de nacht, waar de meeste diepe slaap zit.
In dezelfde familie horen de night terrors, waarbij een kind gillend rechtop in bed zit met wijd open ogen zonder contact te maken, het verwarde ontwaken, waarbij iemand gedeeltelijk wakker lijkt maar verward en slecht aanspreekbaar is, en zeldzamere vormen zoals slaapeten en sexsomnie. Wie het meemaakt, ervaart het meestal niet bewust en herinnert het zich achteraf niet volledig of helemaal niet. Nachtmerries en slaapverlamming zijn een ander verhaal: die komen meestal uit de REM-slaap, met een droomherinnering. Daarover schrijf ik in nachtmerries en slaapverlamming.
Waarom kinderen zo vaak slaapwandelen
Slaapwandelen komt bij kinderen duidelijk vaker voor dan bij volwassenen. Een meta-analyse van Stallman en Kohler vond een actuele prevalentie van ongeveer 5 procent bij kinderen, terwijl in afzonderlijke leeftijdsgroepen hogere percentages zijn gevonden. Zo piekte slaapwandelen in het grote longitudinale onderzoek van Petit en collega's rond het tiende levensjaar op ruim 13 procent. Bij volwassenen ligt de actuele prevalentie rond 1,5 procent.
Waarschijnlijk speelt mee dat kinderen meer diepe NREM-slaap hebben en dat de systemen die slapen en ontwaken reguleren nog in ontwikkeling zijn. Bij slaapwandelen lijkt het brein niet volledig van diepe slaap naar wakker zijn over te schakelen. Met het volwassen worden groeien de meeste kinderen eroverheen. Hoe slaap per leeftijd verandert, lees je in slaap en leeftijd.
Het zit in de familie
Familiaire aanleg speelt een belangrijke rol, en familie- en tweelingonderzoek wijst op een duidelijke genetische component. In hetzelfde kindercohort van Petit had ongeveer 22 procent van de kinderen zonder slaapwandelende ouder ooit slaapgewandeld, tegenover ongeveer 47 procent wanneer één ouder een voorgeschiedenis had en ruim 61 procent wanneer beide ouders hadden geslaapwandeld. Slaapwandelden je ouders, dan slaapwandel jij dus eerder ook, al bepaalt erfelijkheid niet alleen wie gaat slaapwandelen. Slaapwandelaars vertonen daarnaast vaker instabiliteit in diepe NREM-slaap, waardoor gedeeltelijke ontwakingen gemakkelijker kunnen optreden.
Wat er in het hoofd van een slaapwandelaar gebeurt
Lang dachten we dat slaapwandelaars niets beleven. In een klinische studie van Oudiette en collega's rapporteerde ruim 70 procent van volwassen patiënten met slaapwandelen of night terrors ten minste één droomachtige ervaring. Die ervaringen waren vaak negatief. In ongeveer een kwart kwam agressie voor, waarbij de slaapwandelaar vrijwel altijd degene was die zich bedreigd voelde. Slaapwandeldromen gaan vaak over rennen en ontsnappen: in een studie uit 2013 bevatte 25 procent van de slaapwandeldromen zelfverdediging, tegen 75 procent van de dromen bij de REM-slaapgedragsstoornis, waarover straks meer.
Mijn patiënt Bram (niet zijn echte naam), 24 jaar, droomde dat hij werd achtervolgd en rende door zijn kamer, gooide een stoel om en werd verward wakker naast zijn bed. Een andere keer droomde hij dat een zwaar voorwerp op hem afkwam; hij sprong uit bed en brak een lamp in zijn vlucht.
Dreiging, vluchten en ontsnappen
Opvallend is dat zulke ervaringen vaak over dreiging, vluchten en ontsnappen gaan. Die inhoud past bij de threat simulation theory van Valli en Revonsuo, volgens welke dromen geregeld bedreigende situaties simuleren. Het blijft echter een hypothese: het is niet bekend of zulke droominhoud daadwerkelijk een evolutionaire trainingsfunctie heeft, en slaapwandelen zelf wordt er niet door verklaard.
Moet je een slaapwandelaar wakker maken?
Meestal niet nodig: begeleid rustig terug naar bed
Je hoeft een slaapwandelaar meestal niet wakker te maken. Begeleid hem rustig terug naar bed en praat zachtjes. Bij abrupt wakker maken kan iemand bij het ontwaken gedesoriënteerd, geschrokken of defensief reageren. Dreigt iemand van een trap te vallen, naar buiten te lopen of zich op een andere manier te bezeren, dan gaat veiligheid natuurlijk voor en kun je iemand zo nodig voorzichtig wakker maken.
Bij een kind met night terrors geldt ongeveer hetzelfde: probeer het kind niet geforceerd wakker te krijgen, maar blijf in de buurt en zorg dat het zich niet kan bezeren. Na een paar minuten slaapt het meestal weer.
In de zeer zeldzame gevallen waarin tijdens een NREM-parasomnie agressief gedrag voorkomt, blijkt aanraking of plotselinge nabijheid van iemand geregeld aan de reactie vooraf te gaan. Pak een slaapwandelaar daarom liever niet onverwacht stevig vast, tenzij dat nodig is om direct gevaar te voorkomen.
Zeldzaam, maar het bestaat
Er zijn uitzonderlijke forensische zaken beschreven waarin ernstig geweld tijdens vermoedelijk slaapwandelen een rol speelde. Zulke gevallen zijn zeer zeldzaam en achteraf vaak moeilijk met zekerheid te reconstrueren. Voor de gewone slaapwandelaar is het risico op letsel door vallen, botsen, een trap aflopen of naar buiten gaan veel relevanter dan geweld tegen anderen.
Wanneer naar de huisarts
Slaapwandelen bij kinderen is meestal onschuldig en gaat vaak over. Begint het op volwassen leeftijd, komt het vaak voor of raakt iemand gewond, dan is een gesprek met de huisarts op zijn plaats, ook omdat slaaptekort, verstoring van de slaap, alcohol, bepaalde medicijnen en soms een andere slaapstoornis zoals slaapapneu episodes kunnen uitlokken of versterken.
De REM-slaapgedragsstoornis
Eén variant verdient extra aandacht. Bij de REM-slaapgedragsstoornis (RBD) voeren mensen hun dromen letterlijk uit: ze schreeuwen, slaan of trappen in bed, meestal in de tweede helft van de nacht, en herinneren zich de droom vaak wel. RBD komt naar schatting bij ongeveer 1 procent van de 50-plussers voor. Bij mensen met een met slaaponderzoek bevestigde geïsoleerde RBD is de kans sterk verhoogd dat zij later een ziekte als Parkinson of Lewy body-dementie ontwikkelen.
Slaapwandelen laat vooral zien dat slapen en wakker zijn geen simpele aan-uitstanden zijn: delen van het brein kunnen eigenschappen van wakker zijn vertonen terwijl andere nog diep slapen. Bij kinderen is dat meestal onschuldig en tijdelijk; bij nieuwe, frequente of gevaarlijke episodes op volwassen leeftijd verdient het nader onderzoek. Meer artikelen vind je in de hub gezondheid en slaapstoornissen.
Slaapwandelen dat op volwassen leeftijd begint, gepaard gaat met geweld of letsel, of samengaat met het uitvoeren van dromen: bespreek het met je huisarts. Dit artikel geeft algemene informatie en leefstijladviezen en vervangt geen medisch advies.
Veelgestelde vragen
Hoe gevaarlijk is slaapwandelen bij een kind?
Meestal niet: slaapwandelen komt bij kinderen relatief vaak voor en is doorgaans onschuldig. Het gebeurt meestal vanuit de diepe slaap, vooral in de eerste helft van de nacht, en de meeste kinderen groeien er vanzelf overheen.
Het belangrijkste is veiligheid: ramen en buitendeuren goed afsluiten, gevaarlijke spullen weghalen en toegang tot trap of balkon voorkomen. Begeleid je kind rustig terug naar bed. Wakker maken is meestal niet nodig; een kind kan daardoor vooral verward of geschrokken raken. Dreigt er direct gevaar, dan gaat veiligheid natuurlijk voor.
Is slaapwandelen erfelijk?
Ja, slaapwandelen zit duidelijk in families. In een groot onderzoek had ongeveer 22 procent van de kinderen zonder slaapwandelende ouder ooit geslaapwandeld, tegenover ongeveer 47 procent wanneer één ouder een voorgeschiedenis had en ruim 61 procent wanneer beide ouders hadden geslaapwandeld. Erfelijke aanleg speelt dus een belangrijke rol.
Slaapwandelaars vertonen daarnaast vaker instabiliteit in diepe NREM-slaap, maar het is te sterk om te zeggen dat juist die eigenschap simpelweg wordt doorgegeven.
En als iemand slaat of schopt in zijn slaap?
Dat hangt af van wat er gebeurt. Blijf eerst zelf op veilige afstand en voorkom dat iemand zich kan bezeren. Probeer iemand niet plotseling stevig vast te pakken, omdat een slaapwandelaar of iemand met een andere NREM-parasomnie daar verward of defensief op kan reageren. Als er direct gevaar is, kun je wel voorzichtig ingrijpen of iemand wakker maken.
Gebeurt het slaan, schoppen of uitvoeren van dromen vaker, bespreek het dan met de huisarts. Vooral wanneer iemand dromen lijkt uit te voeren en zich die achteraf kan herinneren, kan een REM-slaapgedragsstoornis een mogelijke verklaring zijn.
Bronnen
- Stallman HM, Kohler M. Prevalence of sleepwalking: a systematic review and meta-analysis. PLoS One. 2016;11(11):e0164769. doi 10.1371/journal.pone.0164769.
- Petit D, Pennestri MH, Paquet J, Desautels A, Zadra A, Vitaro F, Tremblay RE, Boivin M, Montplaisir J. Childhood sleepwalking and sleep terrors: a longitudinal study of prevalence and familial aggregation. JAMA Pediatrics. 2015;169(7):653-658. doi 10.1001/jamapediatrics.2015.127.
- Irfan M, Schenck CH, Howell MJ. Non-rapid eye movement sleep and overlap parasomnias. Continuum (Minneap Minn). 2017;23(4):1035-1050. doi 10.1212/CON.0000000000000503.
- Bjorvatn B, Grønli J, Pallesen S. Prevalence of different parasomnias in the general population. Sleep Medicine. 2010;11(10):1031-1034. doi 10.1016/j.sleep.2010.07.011.
- Oudiette D, Leu S, Pottier M, Buzare MA, Brion A, Arnulf I. Dreamlike mentations during sleepwalking and sleep terrors in adults. Sleep. 2009;32(12):1621-1627. doi 10.1093/sleep/32.12.1621.
- Uguccioni G, Golmard JL, de Fontréaux AN, Leu-Semenescu S, Brion A, Arnulf I. Fight or flight? Dream content during sleepwalking/sleep terrors vs rapid eye movement sleep behavior disorder. Sleep Medicine. 2013;14(5):391-398. doi 10.1016/j.sleep.2013.01.014.
- Mundt JM, Schuiling MD, Warlick C, et al. Behavioral and psychological treatments for NREM parasomnias: a systematic review. Sleep Medicine. 2023;111:36-53. doi 10.1016/j.sleep.2023.09.004.
- Valli K, Revonsuo A. The threat simulation theory in light of recent empirical evidence: a review. American Journal of Psychology. 2009;122(1):17-38. doi 10.2307/27784372.
- Postuma RB, Iranzo A, Hu M, et al. Risk and predictors of dementia and parkinsonism in idiopathic REM sleep behaviour disorder: a multicentre study. Brain. 2019;142(3):744-759. doi 10.1093/brain/awz030.
- van de Laar M. Slapen als een oermens. Spectrum, 2025, hoofdstuk 10 (Kijk uit waar je loopt!).
- van de Laar M. DROOM. Universiteit van Nederland.press, verschijnt 27 oktober 2026, hoofdstuk 8 en 11.
Gecontroleerd door Merijn op 27 september 2026. Hoe artikelen tot stand komen en worden gecontroleerd staat in het redactiestatuut. Dit artikel geeft algemene informatie en leefstijladviezen en vervangt geen medisch advies. Heb je langere tijd last van slecht slapen of vermoed je een slaapstoornis? Bespreek het met je huisarts.
Lees ook
- Gezondheid en slaapstoornissenEen incidentele korte nacht is geen reden om je zorgen te maken over kanker. Voor langdurige slapeloosheid zijn de onderzoeksresultaten wisselend en is een algemeen oorzakelijk verband met kanker niet overtuigend aangetoond. Nachtwerk verdient afzonderlijke aandacht. Daarnaast is er een duidelijker verband: kanker en de behandeling ervan kunnen je slaap flink verstoren. Ik leg uit wat het onderzoek echt laat zien, waarom verschillende vormen van slaapverstoring niet op één hoop mogen en wanneer hulp zinvol is.
- Gezondheid en slaapstoornissenEen keer kort slapen, een dutje doen of na elf uur naar bed gaan hoeft geen direct effect te hebben op je hart; de koppen daarover komen bijna altijd uit onderzoek dat samenhang laat zien, geen oorzaak. Slaapapneu is de uitzondering die je wel serieus moet nemen. Zes uur slapen, een middagdutje, na elven naar bed, een streepje licht in de slaapkamer: volgens de krantenkoppen is het allemaal slecht voor je hart. Ik leg per kop uit wat het onderzoek echt laat zien en waarom het bewijs meestal dunner is dan de kop doet vermoeden.
- Gezondheid en slaapstoornissenSlecht slapen hangt in onderzoek samen met een hoger risico op dementie, maar het is veel minder duidelijk hoeveel daarvan door het slechte slapen zelf komt; slecht slapen kan ook een vroeg symptoom van alzheimer zijn. "Slechte slapers krijgen vaker alzheimer", lees je geregeld, en wie 's nachts wakker ligt, trekt zich dat logischerwijs aan en gaat daar mogelijk nog meer van wakker liggen. Ik leg uit waar dit vandaan komt, welke rol slaapapneu en slaappillen spelen en wat het glymfatisch systeem hier mee te maken heeft.
Weet je niet welke vraag de jouwe is? Begin bij de slaaphulp
