Gratis webinar: Slaap met de kennis van nu. Meld je nu aan
Gezondheid en slaapstoornissen / Leestijd 10 min

Is slecht slapen ongezond? Samenhang is geen oorzaak, en dat missen de krantenkoppen

"Te weinig slaap maakt je ziek", lees je overal. Veel van die krantenkoppen tonen samenhang, geen oorzaak-gevolgrelatie, en gaan over een vast aantal uren in plaats van over de kwaliteit van je slaap. Ik leg uit wat er klopt, wat niet en waarom de angst voor slecht slapen het probleem vaak in stand houdt.

Gepubliceerd 14 augustus 2026, laatst herzien 25 september 2026

"Te weinig slaap leidt tot..." Je kent de koppen wel. Slecht slapen zou leiden tot hart- en vaatziekten, dementie, een vroege dood. Zulke berichten zijn overal, en ze doen iets vervelends: ze maken mensen die al slecht slapen doodsbang. En juist die angst verstoort de slaap verder. Wat klopt er van die koppen, wat niet en wat is echt goed voor je slaap en je gezondheid?

Waarom de krantenkoppen zo alarmerend zijn

Sensatie verkoopt. Een kop als "Slecht slapen is dodelijk" wordt vaker gelezen dan "Slaap en gezondheid hangen op een ingewikkelde manier samen". Onderzoeken worden daardoor vaak scherper en stelliger gepresenteerd dan de wetenschap rechtvaardigt.

Dat stoort me, om twee redenen. Ten eerste geven zulke koppen vaak een vertekend beeld van wat er echt is onderzocht. Ten tweede, en dat is misschien nog belangrijker, jagen ze mensen angst aan. En angst om niet te kunnen slapen is een van de krachtigste aanjagers van slapeloosheid. Zo maakt een bericht dat waarschuwt voor de gevaren van slecht slapen, je slaap letterlijk slechter.

Samenhang is geen oorzaak

Het grootste misverstand in dit soort berichten is de verwarring tussen samenhang en oorzaak. Veel studies laten zien dat mensen die slecht slapen vaker bepaalde gezondheidsproblemen hebben. Maar samen voorkomen is niet hetzelfde als veroorzaken.

Het kan net zo goed andersom zijn, of allebei tegelijk. Een beginnende ziekte kan je slaap verstoren, in plaats van andersom. Of een derde factor, zoals chronische stress, verstoort zowel je slaap als je gezondheid. Uit een verband tussen slaap en ziekte kun je dus niet zomaar concluderen dat het slechte slapen de ziekte veroorzaakt.

Een voorbeeld: "minder dan zeven uur en je leeft korter"

Begin 2026 kopten Plusonline en Metro dat te weinig slaap je levensverwachting verlaagt, op basis van een kort onderzoeksrapport van de University of Oregon. Wat er in dat rapport gebeurt, is precies waar het bij dit soort koppen misgaat.

Eén: slaaptekort wordt gedefinieerd als minder dan zeven uur, één hard afkappunt, terwijl je niet kunt zeggen of iemand te weinig slaapt zonder te weten hoeveel die persoon nodig heeft. Twee: de bekende U-vorm wordt genegeerd. In vrijwel alle bevolkingsstudies hangt ook lang slapen, meer dan acht uur, samen met hogere sterfte. Drie: belangrijke mogelijke beïnvloedende factoren ontbreken. Van lichamelijke aandoeningen zijn alleen diabetes en obesitas meegenomen, psychische aandoeningen vaak helemaal niet, terwijl depressie, angst, chronische ziekte, pijn en medicatie zowel je slaapduur als je sterfterisico kunnen beïnvloeden. Minder dan zeven uur slaap is dan vaak een gevolg, geen oorzaak. Laat je dat weg, dan overschat je het effect van slaap.

Slaap is geen prestatie-indicator en geen headline-tool; het gaat erom of jouw slaap genoeg is voor jouw biologie, en dat past niet in één afkapgrens. Hoe je zo'n artikel zelf kritisch bekijkt, lees je in hoe lees je een slaaponderzoek.

Nog een voorbeeld: word je dik van slecht slapen?

Je hoort het overal: slecht slapen laat je hongerhormoon ghreline stijgen en je verzadigingshormoon leptine dalen, waardoor je meer zou gaan eten en aankomen. Dat effect is inderdaad in experimenten gevonden. Maar kijk naar wie er onderzocht werd: vaak gezonde, jonge goede slapers die plotseling extreem weinig mochten slapen. In een van de bekendste studies kregen twaalf mannen bijvoorbeeld twee nachten maar vier uur tijd in bed. Zo'n experiment is iets heel anders dan chronische slapeloosheid.

En juist daar wordt de conclusie regelmatig te gemakkelijk naartoe doorgetrokken. Bij mensen met chronische slapeloosheid zien we niet simpelweg hetzelfde patroon van meer ghreline en minder leptine. In een kleine studie was leptine niet verschillend van goede slapers en was ghreline zelfs lager. Een grote meta-analyse uit 2018 vond bovendien geen duidelijke samenhang tussen een insomniadiagnose en obesitas; alleen voor losse insomniaklachten was er een zeer kleine relatie met BMI.

Kortom: extreem slaaptekort kan eetlust en hormonen beïnvloeden. Maar daaruit kun je niet automatisch concluderen dat mensen met chronische slapeloosheid door ontregeling van ghreline en leptine zullen aankomen.

Dat je na een slechte nacht sneller naar iets vets grijpt, herken ik; daarbij spelen waarschijnlijk meerdere mechanismen mee, zoals honger, beloningsgevoeligheid en minder controle over keuzes. Slaap, gewicht en hormonen hangen samen, maar de populaire versie is te simpel, en maakt mensen die al slecht slapen onnodig bang.

En dementie dan?

De kop die misschien wel de meeste angst geeft. Een grote meta-analyse vond dat mensen met slaapproblemen 1,68 keer zoveel risico hadden op cognitieve achteruitgang of alzheimer. Maar ook hier is het belangrijk om te kijken wat er precies onderzocht werd. Onder "slaapproblemen" vielen allerlei verschillende dingen, van slapeloosheid tot slaapapneu en afwijkende slaapduur. Dat cijfer kun je dus niet zomaar vertalen naar iemand die 's nachts regelmatig wakker ligt.

Ook voor slapeloosheid wordt in onderzoek een verband met dementie gevonden, maar de grootte daarvan verschilt behoorlijk tussen studies. En een verband betekent nog niet dat slapeloosheid dementie veroorzaakt. Bij slaapapneu zijn er duidelijke mogelijke mechanismen, zoals herhaalde zuurstofdalingen en verstoring van het cardiovasculaire systeem. Bij slapeloosheid is het causale verhaal veel minder duidelijk.

Daar komt nog iets bij. Slaapproblemen, angst en onrust kunnen al optreden in de jaren voordat dementie wordt vastgesteld. Dan kan slecht slapen dus deels een vroeg verschijnsel zijn in plaats van de oorzaak. Ook slaapmedicatie maakt het ingewikkeld. Benzodiazepinen zijn in observationeel onderzoek in verband gebracht met dementie, maar het is nog onzeker of die middelen zelf het risico verhogen: mensen krijgen ze bijvoorbeeld ook voorgeschreven vanwege slaapproblemen die ook in de voorfase van dementie kunnen voorkomen.

Wie 's nachts wakker ligt en denkt "straks word ik dement", hoeft uit deze onderzoeken dus zeker niet te concluderen dat wakker liggen zijn brein beschadigt. Die angst kan de nacht juist onrustiger maken. Laat aanhoudende slapeloosheid goed behandelen, bij voorkeur met cognitieve gedragstherapie voor insomnia, en laat hevig snurken met ademstops onderzoeken. Het hele verhaal staat in krijg je dementie van slecht slapen, en wat de koppen over je hart waard zijn in is slecht slapen slecht voor je hart.

Het gaat niet alleen om het aantal uren

Geen vast aantal uren per nacht

Achter veel van deze angst zit de aanname dat je een vast aantal uren moet halen, meestal acht. Maar acht uur is geen magische grens. Hoeveel slaap iemand nodig heeft, verschilt van persoon tot persoon. Richtlijnen geven gemiddelden en bandbreedtes voor groepen, geen persoonlijk slaapquotum dat je iedere nacht moet halen.

Slaapduur doet er wel toe, maar minstens zo belangrijk is of je slaap voldoende herstellend is en hoe je overdag functioneert. Het getal op je wekker of slaaptracker vertelt dus maar een deel van het verhaal.

Een nacht die slechter voelt dan gemeten

Bij mensen met slapeloosheid speelt bovendien iets interessants. Zij schatten hun slaapduur gemiddeld vaak korter in dan met objectieve slaapmetingen wordt gevonden en schatten de tijd dat ze wakker liggen juist langer in. Dat geldt niet voor iedereen, maar het betekent wel dat de nacht subjectief slechter kan voelen dan hij op een slaapmeting lijkt.

Je blindstaren op een bepaald aantal uren kan daardoor juist extra onrust veroorzaken. De betere vraag is niet: "Heb ik mijn acht uur gehaald?", maar: "Krijg ik ongeveer de hoeveelheid slaap die mijn lichaam nodig heeft en functioneer ik daar overdag goed op?" Meer hierover lees je in hoeveel uur slaap heb je echt nodig.

De angst voor slecht slapen houdt het probleem vaak in stand

Als ik één ding aan iedereen wil meegeven, dan dit: een enkele slechte nacht maakt je niet ziek. Je kunt je de volgende dag vermoeider, emotioneler of minder scherp voelen, maar je lichaam kan zo'n nacht prima opvangen.

Bij slapeloosheid zit het grotere probleem vaak in wat er daarna gebeurt. Wie na een slechte nacht denkt "dit gaat mijn gezondheid ruïneren" of "vannacht móét ik goed slapen", wordt juist alerter en gespannener rondom slaap. En precies die spanning kan het moeilijker maken om vanzelf in slaap te vallen of rustig wakker te liggen.

Zo kan een vicieuze cirkel ontstaan: slecht slapen geeft zorgen over slaap, die zorgen verhogen de spanning en die spanning maakt de volgende nacht weer moeilijker. Niet omdat een slechte nacht onschuldig voelt, maar omdat de angst ervoor het probleem kan verlengen.

Het verminderen van die angst en het vertrouwen in slaap herstellen is daarom een belangrijk onderdeel van de behandeling van slapeloosheid. Meer hierover lees je in waarom je slecht slaapt.

Slaappillen verbeteren de slaap minder dan het lijkt

Veel mensen grijpen bij slaapproblemen naar een pil, soms ook vanuit de gedachte dat ze daarmee de gezondheidsschade van slecht slapen voorkomen. Zo simpel werkt het niet.

Slaapmedicatie kan de slaap voor je eigen gevoel verbeteren, maar gemiddeld is de winst vaak beperkt: afhankelijk van het middel val je wat sneller in slaap, lig je iets minder lang wakker en slaap je enkele tientallen minuten langer. Daar staan mogelijke nadelen tegenover, zoals sufheid overdag en bij sommige middelen problemen met aandacht, geheugen, vallen of afhankelijkheid. Benzodiazepinen, zolpidem en zopiclon kunnen bovendien de normale slaaparchitectuur veranderen.

Ik noem slaapmedicatie daarom weleens anti-rustelozewaakmedicatie. Die term is natuurlijk wat gechargeerd, maar het maakt een belangrijk punt duidelijk: een slaapmiddel kan de ervaring van onrustig wakker liggen dempen zonder daarmee automatisch de oorzaak van chronische slapeloosheid op te lossen.

Voor korte tijd kan een arts er soms bewust voor kiezen. Bij chronische slapeloosheid heeft cognitieve gedragstherapie voor insomnia de voorkeur als structurele behandeling. Gebruik je slaapmedicatie, stop daar dan niet zomaar mee, maar bespreek afbouwen met je arts.

Wat wél goed is voor je slaap en gezondheid

Genoeg over de onrustgevende koppen. Wat helpt, zijn juist de dingen die je slaap ondersteunen zonder dat je voortdurend probeert een perfect aantal uren te halen: een redelijk vast ritme, voldoende daglicht overdag, vooral in de ochtend, en regelmatig bewegen.

Minstens zo belangrijk is dat je stopt met slaap najagen. Niet steeds rekenen hoeveel uur je nog kunt halen, niet elke nacht beoordelen op basis van je tracker en niet van elk wakker moment een probleem maken. Goede slaap ontstaat niet doordat je haar voortdurend controleert.

Het gaat uiteindelijk niet om een perfect getal, maar om voldoende slaap die past bij jouw slaapbehoefte, rust in de nacht en goed functioneren overdag. En merk je dat een artikel, filmpje of slaaptracker je vooral onrustiger maakt over je slaap? Dan is minder informatie soms juist gezonder.

Wanneer je het wél serieus moet nemen

Nuance betekent natuurlijk niet dat je slaapproblemen moet wegwuiven. Ga naar je huisarts als slecht slapen langere tijd je dagelijks functioneren duidelijk verstoort, als er ook aanhoudende somberheid of verlies van plezier speelt, of als er aanwijzingen zijn voor een lichamelijk slaapprobleem.

Denk bijvoorbeeld aan luid snurken in combinatie met ademstops en duidelijke slaperigheid overdag. Dat kan passen bij slaapapneu en verdient verder onderzoek; welke signalen tellen, lees je in wanneer is snurken slaapapneu.

Benieuwd wat jouw slaap op dit moment kenmerkt? Doe de gratis slaaptest. Of bekijk de methode in één beeld.

Houd je langere tijd last van slecht slapen, of gaat het samen met somberheid of lichamelijke klachten? Bespreek het met je huisarts. Dit artikel geeft algemene informatie en leefstijladviezen en vervangt geen medisch advies.

Veelgestelde vragen

Is slecht slapen echt ongezond?

Langdurig en ernstig slecht slapen kan je functioneren, stemming en kwaliteit van leven aantasten. Het is dus verstandig om er iets aan te doen. Maar veel krantenkoppen maken de risico's stelliger dan het onderzoek toelaat. Een enkele slechte nacht maakt je niet ziek. En veel onderzoek naar slaap en gezondheid laat vooral zien dat twee dingen samen voorkomen, niet dat slecht slapen rechtstreeks de oorzaak is. Leeftijd, leefstijl, lichamelijke aandoeningen, psychische klachten en medicatie kunnen allemaal meespelen. Staar je daarom niet blind op één nacht of op een exact aantal uren. Belangrijker is of je over langere tijd voldoende en redelijk herstellend slaapt en hoe je overdag functioneert.

Hoeveel uur slaap is ongezond weinig?

Daar is geen harde grens voor die voor iedereen geldt. De gezonde slaapduur verschilt flink van mens tot mens, en veel goede slapers doen het prima met minder dan de vaak genoemde acht uur. Wat telt is hoe uitgerust en goed je je overdag voelt, niet het getal.

Leef je korter als je minder dan zeven uur slaapt?

Zo simpel is het niet, ook al kopten de media dat begin 2026 op basis van een rapport uit Oregon. Dat rapport hanteert één hard afkappunt van zeven uur, negeert dat ook lang slapen samenhangt met hogere sterfte, en laat depressie, angst, pijn en medicatie buiten beschouwing, terwijl die zowel je slaapduur als je sterfterisico kunnen beïnvloeden. Korte slaap is dan vaak een gevolg, geen oorzaak. Wat telt is of jouw slaap genoeg is voor jouw biologie, niet of je een getal haalt.

Word ik ziek van één slechte nacht?

Nee. Je kunt je de volgende dag vermoeider, emotioneler of minder scherp voelen, maar je lichaam kan zo'n nacht prima opvangen. Het grotere probleem zit vaak in wat er daarna gebeurt: wie na een slechte nacht bang wordt voor de volgende, wordt alerter en gespannener rond slaap. Hoe rustiger je ermee omgaat, hoe minder last je ervan hebt.

Helpen slaappillen mijn gezondheid?

Meestal niet. Slaapmiddelen kunnen je wat sneller laten inslapen, het onrustig wakker liggen verminderen en de slaapduur verlengen, maar de gemiddelde winst is vaak beperkt en verschilt sterk per middel. Daar staan mogelijke nadelen tegenover. Vooral benzodiazepinen en sommige andere slaapmiddelen kunnen sufheid, geheugen- en aandachtsproblemen geven, en bij langdurig gebruik kunnen afhankelijkheid en tolerantie ontstaan. Daarnaast verandert de slaapstructuur vaak in negatieve zin: benzodiazepinen leiden vaak tot onderdrukking of vermindering van REM-slaap en diepe slaap; bij Z-middelen zoals zolpidem en zopiclon is dat effect minder eenduidig. Ik noem slaapmedicatie daarom weleens anti-rustelozewaakmedicatie: ze kunnen de nare ervaring van wakker liggen dempen, maar lossen chronische slapeloosheid daarmee niet automatisch op. Voor de korte termijn kan een arts er bewust voor kiezen. Gebruik je slaapmedicatie, stop er dan niet zomaar mee, maar bespreek afbouwen met je arts.

Wat is er dan wél goed voor mijn slaap en gezondheid?

Rustige, ontspannen nachten doen meer dan een gejaagde jacht op uren. Een regelmatig ritme, genoeg daglicht overdag, beweging en het loslaten van de acht-uur-fixatie helpen je slaap en je gezondheid het meest. En het relativeren van alarmerende berichten, want de angst om slecht te slapen werkt averechts.

Herstelt een lichte slaper minder goed?

Niet zonder meer. Als je makkelijk wakker wordt maar zonder veel spanning weer relatief snel inslaapt en overdag goed functioneert, hoeft je herstel niet verminderd te zijn. Wordt je slaap echt vaak of langdurig onderbroken, of lig je lang gespannen wakker, dan kan de herstellende waarde wel afnemen. Vooral de frequentie en duur van de onderbreking en je functioneren overdag zijn relevant.

Krijg je eerder migraine na een slechte nacht?

Het kan twee kanten op werken. Slecht of te weinig slapen kan bij mensen die gevoelig zijn voor migraine de kans op een aanval vergroten. Tegelijk kan een veranderde slaap soms al een eerste teken zijn dat een aanval onderweg is. Het is dus niet altijd zo simpel als: ik heb slecht geslapen, dus daarom krijg ik migraine.

Bronnen

  1. Bubu OM, Brannick M, Mortimer J, et al. Sleep, cognitive impairment, and Alzheimer's disease: a systematic review and meta-analysis. Sleep. 2017;40(1):zsw032. doi 10.1093/sleep/zsw032.
  2. Andrade AG, Bubu OM, Varga AW, Osorio RS. The relationship between obstructive sleep apnea and Alzheimer's disease. Journal of Alzheimer's Disease. 2018;64(Suppl 1):S255-S270. doi 10.3233/JAD-179936.
  3. Chen PL, Lee WJ, Sun WZ, Oyang YJ, Fuh JL. Risk of dementia in patients with insomnia and long-term use of hypnotics: a population-based retrospective cohort study. PLoS One. 2012;7(11):e49113. doi 10.1371/journal.pone.0049113.
  4. Ismailogullari S, Duman TT, Tugrul A, et al. Dynamic evaluation of the hypothalamic-pituitary-adrenal and growth hormone axes and metabolic consequences in chronic insomnia: a case-control study. Sleep and Biological Rhythms. 2017;15(4):317-326. doi 10.1007/s41105-017-0120-z.
  5. Chan WS, Levsen MP, McCrae CS. A meta-analysis of associations between obesity and insomnia diagnosis and symptoms. Sleep Medicine Reviews. 2018;40:170-182. doi 10.1016/j.smrv.2017.12.004.
  6. St-Onge MP. Sleep-obesity relation: underlying mechanisms and consequences for treatment. Obesity Reviews. 2017;18(Suppl 1):34-39. doi 10.1111/obr.12499.
  7. McAuliffe KE, Wary MR, Pleas GV, Pugmire KES, Lysiak C, Dieckmann NF, Shafer BM, McHill AW. Sleep insufficiency and life expectancy at the state-county level in the United States, 2019-2025. SLEEP Advances. 2025;6(4):zpaf090. doi 10.1093/sleepadvances/zpaf090.
  8. Universiteit van Nederland, college van dr. Merijn van de Laar over slaap.
  9. Li J, Cao D, Huang Y, Chen Z, Wang R, Dong Q, Wei Q, Liu L. Sleep duration and health outcomes: an umbrella review. Sleep and Breathing. 2022;26(3):1479-1501. doi 10.1007/s11325-021-02458-1.
  10. Lovato N, Lack L. Insomnia and mortality: a meta-analysis. Sleep Medicine Reviews. 2019;43:71-83. doi 10.1016/j.smrv.2018.10.004.
  11. Kocevska D, Lysen TS, Dotinga A, et al. Sleep characteristics across the lifespan in 1.1 million people from the Netherlands, United Kingdom and United States: a systematic review and meta-analysis. Nature Human Behaviour. 2021;5(1):113-122. doi 10.1038/s41562-020-00965-x.
  12. Hirshkowitz M, Whiton K, Albert SM, et al. National Sleep Foundation's updated sleep duration recommendations: final report. Sleep Health. 2015;1(4):233-243. doi 10.1016/j.sleh.2015.10.004.
  13. Hermans LWA, van Gilst MM, Regis M, van den Heuvel LCE, Langen H, van Mierlo P, et al. Modeling sleep onset misperception in insomnia. Sleep. 2020;43(8):zsaa014. doi 10.1093/sleep/zsaa014.
  14. Van de Laar M, Pevernagie D, van Mierlo P, Overeem S. Subjective sleep characteristics in primary insomnia versus insomnia with comorbid anxiety or mood disorder. Sleep and Biological Rhythms. 2015;13:41-48. doi 10.1111/sbr.12100.
  15. Riemann D, Spiegelhalder K, Feige B, Voderholzer U, Berger M, Perlis M, Nissen C. The hyperarousal model of insomnia: a review of the concept and its evidence. Sleep Medicine Reviews. 2010;14(1):19-31. doi 10.1016/j.smrv.2009.04.002.
  16. Kalmbach DA, Cuamatzi-Castelan AS, Tonnu CV, Tran KM, Anderson JR, Roth T, Drake CL. Hyperarousal and sleep reactivity in insomnia: current insights. Nature and Science of Sleep. 2018;10:193-201. doi 10.2147/NSS.S138823.
  17. Werner GG, Riemann D, Ehring T. Fear of sleep and trauma-induced insomnia: a review and conceptual model. Sleep Medicine Reviews. 2021;55:101383. doi 10.1016/j.smrv.2020.101383.
  18. Crowe SF, Stranks EK. The residual medium and long-term cognitive effects of benzodiazepine use: an updated meta-analysis. Archives of Clinical Neuropsychology. 2018;33(7):901-911. doi 10.1093/arclin/acx120.
  19. Lok R, Woelders T, Gordijn MCM, et al. Bright light during wakefulness improves sleep quality in healthy men: a forced desynchrony study under dim and bright light (III). Journal of Biological Rhythms. 2022;37(4):429-441. doi 10.1177/07487304221096910.
  20. Banno M, Harada Y, Taniguchi M, et al. Exercise can improve sleep quality: a systematic review and meta-analysis. PeerJ. 2018;6:e5172. doi 10.7717/peerj.5172.
  21. Xie Y, Liu S, Chen XJ, Yu HH, Yang Y, Wang W. Effects of exercise on sleep quality and insomnia in adults: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Frontiers in Psychiatry. 2021;12:664499. doi 10.3389/fpsyt.2021.664499.

Gecontroleerd door Merijn op 25 september 2026. Hoe artikelen tot stand komen en worden gecontroleerd staat in het redactiestatuut. Dit artikel geeft algemene informatie en leefstijladviezen en vervangt geen medisch advies. Heb je langere tijd last van slecht slapen of vermoed je een slaapstoornis? Bespreek het met je huisarts.

Deel dit

Lees ook

  • Een incidentele korte nacht is geen reden om je zorgen te maken over kanker. Voor langdurige slapeloosheid zijn de onderzoeksresultaten wisselend en is een algemeen oorzakelijk verband met kanker niet overtuigend aangetoond. Nachtwerk verdient afzonderlijke aandacht. Daarnaast is er een duidelijker verband: kanker en de behandeling ervan kunnen je slaap flink verstoren. Ik leg uit wat het onderzoek echt laat zien, waarom verschillende vormen van slaapverstoring niet op één hoop mogen en wanneer hulp zinvol is.
    Gezondheid en slaapstoornissen
  • Een keer kort slapen, een dutje doen of na elf uur naar bed gaan hoeft geen direct effect te hebben op je hart; de koppen daarover komen bijna altijd uit onderzoek dat samenhang laat zien, geen oorzaak. Slaapapneu is de uitzondering die je wel serieus moet nemen. Zes uur slapen, een middagdutje, na elven naar bed, een streepje licht in de slaapkamer: volgens de krantenkoppen is het allemaal slecht voor je hart. Ik leg per kop uit wat het onderzoek echt laat zien en waarom het bewijs meestal dunner is dan de kop doet vermoeden.
    Gezondheid en slaapstoornissen
  • Slecht slapen hangt in onderzoek samen met een hoger risico op dementie, maar het is veel minder duidelijk hoeveel daarvan door het slechte slapen zelf komt; slecht slapen kan ook een vroeg symptoom van alzheimer zijn. "Slechte slapers krijgen vaker alzheimer", lees je geregeld, en wie 's nachts wakker ligt, trekt zich dat logischerwijs aan en gaat daar mogelijk nog meer van wakker liggen. Ik leg uit waar dit vandaan komt, welke rol slaapapneu en slaappillen spelen en wat het glymfatisch systeem hier mee te maken heeft.
    Gezondheid en slaapstoornissen

Weet je niet welke vraag de jouwe is? Begin bij de slaaphulp

Gratis slaaptips

Beter slapen begint vanavond

Slaaptips met bron, van dr. Merijn van de Laar, plus als eerste nieuws over het boek en de theatertour.

Leer beter slapen
Portret van dr. Merijn van de Laar, slaapwetenschapperDr. Merijn van de Laar
Wat kenmerkt jouw slaap?Doe de gratis slaaptest van drie minuten en krijg meteen je slaapprofiel.